U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Het fragiele-X-syndroom

Medische encyclopedie

Een afwijking in een erfelijke eigenschap (gen) op het X-chromosoom dat leerproblemen veroorzaakt

Het fragiele-X-syndroom is een relatief veel voorkomende oorzaak van leerproblemen bij jongens. Het syndroom brengt ook lichamelijke kenmerken met zich mee. De aandoening wordt veroorzaakt door een afwijking aan een gen op het X-chromosoom, een van de twee geslachtschromosomen. In Nederland gaat het om één op de vijfduizend jongens; bij meisjes komt het veel minder vaak voor.

Meisjes met het fragiele-X-syndroom hebben meestal lichte symptomen, omdat ze een tweede kopie van het X-chromosoom hebben dat normaal is en de afwijking van het eerste X-chromosoom compenseert. Een vrouw (met of zonder symptomen) kan het afwijkende gen overdragen op haar zoon, die de aandoening dan krijgt.

De symptomen

De eerste symptomen zijn leerproblemen die duidelijker worden naarmate het kind ouder wordt (zie Verstandelijke handicaps). Sommige lichamelijke kenmerken verschijnen vaak pas in de puberteit. De belangrijkste kenmerken zijn:

  • langer dan gemiddeld;
  • groot hoofd en een lang, smal gelaat met flinke onderkaak en grote oren;
  • bij jongens: grote teelballen.

De kinderen hebben ook vaker toevallen (epilepsie) en kunnen gedragsproblemen hebben, omdat ze na hun twaalfde jaar minder informatie opnemen (Eetproblemen bij kinderen).

De behandeling

Als uw arts vermoedt dat uw kind het fragiele-X-syndroom heeft, zal hij DNA-onderzoek laten doen om de genafwijking op te sporen. Het fragiele-X-syndroom is niet te genezen. De kinderen hebben wel baat bij speciaal onderwijs, spraakles (Het revalidatieteam) en soms begeleiding bij gedragsproblemen. Sommige kinderen zullen medicijnen tegen epilepsie (Anticonvulsivas) moeten nemen. Ouders hebben vaak baat bij contact met de ouder-patiëntenvereniging.

Echtparen die al een kind met het syndroom hebben, kunnen een erfelijkheidsonderzoek laten doen (Genetisch onderzoek (test)) naar de kans op nog een kind met de afwijking. Bij een volgende zwangerschap kan dan prenataal onderzoek worden gedaan (zie Prenatale diagnostiek).

De levensverwachting is normaal, maar jongens moeten meestal hun hele leven ondersteuning krijgen in de verzorging, door ouders, of in een gezinsvervangend tehuis.

Risicofactoren

Leeftijd
Bij de geboorte aanwezig
Veroorzaakt door een afwijkende eigenschap op het X-chromosoom
Geen factor van betekenis
Geslacht
Komt veel vaker voor bij jongens
Erfelijkheid
Veroorzaakt door een afwijkende eigenschap op het X-chromosoom
Leefwijze
Geen factor van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier: