Borsten spelen een rol bij de seksuele opwinding. Ook zijn zij van belang voor de productie van melk voor een pasgeboren kind. De melkproductie in de klieren wordt aan het eind van de zwangerschap door hormoonveranderingen in gang gezet. Deze klieren leiden naar buisjes die samenkomen en zich aan de oppervlakte van de tepel openen. Het overige borstweefsel bestaat voornamelijk uit vet, met een kleine hoeveelheid verbindend weefsel om de borsten te ondersteunen. Grootte en vorm van de borsten worden door genetische factoren bepaald.

- Rib
- Borstspier
- Long
- Vetweefsel
- Plaats
- Bloedvat
- TEPEL: Het midden van de tepel is gestippeld met kleine gaatjes, waar de melk doorheen stroomt
- AREOLA: Het donkere gedeelte rond de tepel heet de areola of tepelhof
- AMPULLA: Vlak achter de tepel wordt elk buisje wijder en vormt daar de ampulla, die de melk verzamelt
- MELKBUISJE: De buisjes halen de melk uit de klieren en voeren die naar de tepel
- MELKKLIER: Moedermelk wordt in de melkklieren aangemaakt
- Borstweefsel
- Een melkklier in de borst produceert melk en de melkbuisjes voeren de melk af. Iedere klier is omgeven door vet en verbindend weefsel.

- Vet
- Buisje
- Melkproducerend weefsel
- Verbindend weefsel