Wanneer een stel seksueel opgewonden is (zie FUNCTIE: Seksuele reactie) wordt de penis van de man stijf en de vagina van de vrouw vochtig. Tijdens de geslachtsgemeenschap, ook wel coïtus genaamd, steekt de man zijn penis in de vagina en maakt hij stotende bewegingen met zijn bekken. Bij het orgasme, dat de partners niet tegelijkertijd hoeven te bereiken, trekken er intense, aangename sensaties door het hele lichaam. De vaginawanden trekken ritmisch samen en de man ejaculeert, waarbij er zaad vrijkomt.
- Eicel en zaadcel
- De eicel heeft een doorsnede van circa 0,1mm. Het zaadje (niet op schaal afgebeeld) is twintig keer zo klein en circa 0,005mm lang, inclusief de staart.

- Beschermende laag
- Kern (nucleus)
- Eicel
- Kop
- Staart
- Zaadcel

- Eileider
- Blaas van vrouw
- Schaambeen van vrouw
- Schaambeen van man
- Urineleider
- VAS DEFERENS: Het zaad wordt door deze buisjes van de teelballen naar de ductus ejaculatorius vervoerd
- ZAADBLAASJES: Deze klieren, aan weerskanten van de blaas, voegen vocht aan het zaad toe, zodat het zaadvocht ontstaat
- Blaas van man
- Rectum
- DUCTUS EJACULATORIUS: Deze buisjes verbinden de vas deferens met de urinebuis
- URINEBUIS VAN MAN: Via deze buis vindt de zaadlozing plaats
- TEELBAL: De teelballen trekken tijdens de coïtus dichter naar het lichaam toe
- SCHAAMLIPPEN: De schaamlippen worden groter doordat ze zich met bloed vullen
- PENIS: De penis wordt stijf, zodat hij in de vagina kan
- VAGINA: De vagina zet uit en wordt vochtig
- Rectum
- CLITORIS: De clitoris wordt groter en duidelijker aanwezig
- Baarmoederhals
- BAARMOEDER: De baarmoeder komt omhoog, zodat de vagina zich kan uitzetten
- Eierstok
- PROSTAATKLIER: Deze klier voegt vocht aan het zaad toe
- Reis van het zaad
- Bij een zaadlozing komen circa 250 miljoen zaadcellen in de vagina. Slechts 200 overleven lang genoeg om de eierstokken te bereiken, waarbij één zaadcel er wellicht in slaagt een eicel te bevruchten.

- Eierstok
- Richting van het zaad
- Eileider
- Baarmoeder
- Baarmoederhals
- Vagina
- Penis