Groei en herstel (functie)

Medische encyclopedie

De huid vernieuwt zichzelf voortdurend door dode huidcellen van de buitenste laag af te stoten en daaronder nieuwe cellen te produceren. Zo worden de cellen die door slijtage, beschadiging of ziekte verloren gaan, snel vervangen. De nieuwe cellen worden gemaakt in de opperhuid, de bovenste huidlaag die als een taaie beschermende barrière fungeert.

Groei van de huid

Op de meeste plaatsen bestaat de opperhuid uit vier lagen. De onderste (basale)laag maakt nieuwe cellen. Wanneer die zich naar het oppervlak verplaatsen, veranderen ze en vormen de tussenliggende laag stekelcellen en korrelcellen. Na een tot twee maanden bereiken ze het oppervlak. De buitenste laag bestaat uit hoorncellen: platte, dode cellen die worden afgestoten.

Groei van de huid
  1. HOORNCEL: De dode, platte cellen op het huidoppervlak vormen een taaie beschermende laag; de afslijtende cellen worden voortdurend vervangen
  2. KORRELCEL: De cellen in de korrellaag zijn platter dan de stekelcellen; hun celstructuur wordt al afgebroken
  3. STEKELCEL: Cellen in de stekellaag hebben uitsteeksels waardoor ze in elkaar haken en de huid sterk maken
  4. BASALE CEL: De basale cellaag ligt tegen de lederhuid. Dit is het gebied waar huidcellen zich voortdurend delen om nieuwe cellen te vormen, die vervolgens naar de oppervlakte gaan

Herstel van de huid

De huid reageert op verwonding door beschadigd weefsel te repareren en verloren gegaan weefsel aan te vullen met nieuwe cellen. Tijdens het herstelproces wordt dood of beschadigd weefsel vervangen door gezonde nieuwe cellen en daarna vervangen door huidcellen en littekenweefsel. Soms blijft een litteken achter. Het herstel van de huid verloopt in verschillende fasen.

1
Elke verwonding waarbij de huid openscheurt, hoe oppervlakkig ook, kan de bloedvaten in de lederhuid beschadigen en een bloeding veroorzaken.
1
  1. Opperhuid
  2. Basale laag
  3. Wond
  4. Beschadigd bloedvat
  5. Lederhuid
2
Uit het bloedvat lekt bloed weg dat een stolsel vormt. Fibroblasten en andere gespecialiseerde cellen vermenigvuldigen zich en verplaatsen zich naar de getroffen plek.
2
  1. Bloedstolsel
  2. Fibroblast
3
De fibroblasten vormen een prop van vezelig weefsel binnen het stolsel. De prop krimpt doordat de vezels zich samentrekken. Daaronder vormt zich nieuwe huid.
3
  1. Propje vezelig weefsel
  2. Nieuw weefsel
4
Het vezelige propje verhardt zich tot een roofje op het huidoppervlak, dat eraf valt als de nieuwe huid is gevormd. Er kan echter een litteken achterblijven.
4
  1. Litteken
  2. Roofje(korstje)

Haargroei

Haar groeit uit een haarzakje, een gespecialiseerd deel van de opperhuid dat tot in de lederhuid reikt. De haar wordt geproduceerd door sneldelende cellen in de wortel onder in het haarzakje. De papillen onder de haarwortel bevatten bloedvaatjes die voedingsstoffen aanvoeren. Elk haarzakje wisselt perioden van groei af met rust. De groeifasen van de verschillende haarzakjes lopen echter niet synchroon. Dagelijks groeien sommige haren aan en worden andere afgestoten. Een haar groeit 6 tot 8mm per maand.

1
Tijdens de rustfase van het haarzakje komt de celactiviteit van de papillen en de haarwortel geleidelijk tot stilstand. Als dit gebeurt, laat de haar los.
1
  1. Opperhuid
  2. Dode haar
  3. Lederhuid
  4. Haarwortel
  5. Papil
  6. Haarzakje
2
Tijdens de groeifase delen de cellen in de haarwortel zich snel om een nieuwe haar te vormen. De nieuwe haar duwt de oude haar langzaam uit het haarzakje naar buiten.
2
  1. Opperhuid
  2. Oude haar
  3. Nieuwe haar

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.