De bloeddruk in de slagaders is belangrijk voor voldoende zuurstofaanvoer naar de organen. Als de bloeddruk in de slagaders te laag is, stroomt er te weinig bloed naar de lichaamsweefsels. Als de druk te hoog is, kunnen bloedvaten en organen beschadigen. Snelle veranderingen in de bloeddruk roepen binnen enkele seconden een compenserende respons van het zenuwstelsel op. Deze autonome zenuwreactie gaat volkomen buiten het bewustzijn om. Aanpassingen over het verloop van enkele uren gaan via hormonen, die de hoeveelheid vocht die door de nieren wordt uitgescheiden, vergroten of verkleinen.
- Systolische en diastolische bloeddruk
- De druk in de slagaders is het laagst als het hart zich met bloed vult (diastolische bloeddruk) en stijgt als het hart bloed wegpompt (systolische bloeddruk). De eenheid van druk is millimeter kwik (mmHg).

- Systolische bloeddruk
- Diastolische bloeddruk
Een zware bloeding of een plotselinge verandering in houding kan een snelle verandering in de bloeddruk veroorzaken die onmiddellijk wordt gevolgd door een reactie van het zenuwstelsel. Baroreceptoren (die de uitrekking van de slagaderwanden meten)merken drukverschillen op en sturen prikkels naar de hersenen. Via een autonome reactie wordt de normale druk snel hersteld.
- Respons op een dalende bloeddruk
- Baroreceptoren in de aorta en halsslagaders meten een daling van de bloeddruk en sturen een signaal naar de hersenen. Deze sturen signalen naar het hart en de bloedvaten om de normale druk te herstellen.

- Normale bloeddruk
- De bloeddruk daalt
- Baroreceptoren meten dalende bloeddruk
- Zenuwen geleiden prikkels van de receptoren naar de hersenen
- De hersenen zenden signalen naar het hart, dat harder gaat pompen, en de bloedvaten, die daardoor samentrekken
- De bloeddruk stijgt
- De baroreceptoren meten een normale bloeddruk
- Zenuwen geleiden signalen van de receptoren naar de hersenen
De bloeddruk over de langere termijn wordt door hormonen geregeld. De nieren reageren op een lage bloeddruk door het hormoon renine af te scheiden, dat wordt omgezet in angiotensine, dat vaatvernauwing en daardoor een bloeddrukstijging veroorzaakt. Ook bijnieren, hypothalamus en hart reageren op een hoge of lage bloeddruk, en scheiden respectievelijk aldosteron, ADH (antidiuretisch hormoon) en natriuretisch hormoon af. Deze hormonen beïnvloeden de hoeveelheid vocht die door de nieren wordt uitgescheiden, en daarmee het bloedvolume in het lichaam en de bloeddruk.
- Werking van hormonen
- De diverse hormonen die de bloeddruk doen stijgen of dalen werken binnen enkele uren. Ze kunnen tot enkele dagen actief blijven.

- ADH (VASOPRESSINE): Dit hormoon stimuleert de nieren om meer water vast te houden, waardoor de bloeddruk stijgt
- HART: Door een hoge bloeddruk worden de boezems van het hart opgerekt, wat endocriene cellen in de boezems stimuleert om natriuretisch hormoon te produceren
- NIER: Een lage bloeddruk vermindert de bloedstroom door de nieren, waardoor die het hormoon renine gaan produceren
- RENINE: Renine activeert angiotensine in de bloedvaten, waardoor die vernauwen en de bloeddruk stijgt
- Slagader
- ALDOSTERON: Dit hormoon stimuleert de nieren om zouten en water vast te houden, waardoor het lichaam meer vocht bevat en de bloeddruk omhooggaat
- BIJNIER: De bijnieren produceren het hormoon aldosteron als ze daartoe worden gestimuleerd door angiotensine, dat geactiveerd wordt door renine uit de nieren
- NATRIURETISCH HORMOON: Dit hormoon, dat door het hart wordt afgescheiden, stimuleert de nieren om de bloeddruk te verlagen door de afscheiding van renine te remmen en de uitscheiding van natrium (natriurese) te bevorderen; het hormoon werkt ook op de hypofyse in om de afscheiding van ADH te remmen
- HYPOFYSE: Door de hypothalamus geproduceerd ADH wordt in deze klier opgeslagen en komt vrij als de bloeddruk daalt