Het slikken begint op het moment dat u vrijwillig een propje voedsel met uw tong naar uw slokdarm duwt. Hierop volgen twee onwillekeurige reacties: het zachte gehemelte, het achterste deel van het gehemelte, sluit de neusholte af en de epiglottis (strottenklepje)zakt schuin naar beneden om de luchtpijp af te sluiten.
- 1
- In hun normale positie laten het zachte gehemelte en de epiglottis lucht door van de neusholte naar de luchtpijp.

- Zachte gehemelte
- Voedselprop
- Tong
- Epiglottis in opgeheven stand
- Slokdarm
- Luchtpijp
- 2
- Bij het slikken zakt de epiglottis en sluit de luchtpijp af, het zachte gehemelte gaat omhoog en sluit de neusholte af, en de voedselprop verdwijnt in de slokdarm.

- Zachte gehemelte
- Bolletje
- Afgezakte epiglottis
- Afgesloten luchtpijp
- Slokdarm