Urine bestaat uit water met afvalstoffen die uit het bloed gefilterd zijn door de nefronen. De urine die in de nieren is geproduceerd, stroomt door de urineleiders en wordt tijdelijk in de blaas opgeslagen. Vandaar wordt de urine op gezette tijden via de plasbuis uitgescheiden. Iemand die gezond is, produceert dagelijks één tot twee liter urine en moet ongeveer drie tot acht keer plassen.
Bloed dat het nefron instroomt, wordt gefilterd door de glomerulus. Het filtraat, de voorurine, komt daarna in het nierbuisje, waar een ingewikkeld proces van uitscheiding en resorptie plaatsvindt. Bruikbare stoffen worden weer opgenomen, de zuurgraad wordt geregeld en de hoeveelheid water en zout wordt op peil gebracht. Wat overblijft, is urine.
- De weg door een nefron
- Het filtraat uit de glomerulus stroomt door het nierbuisje dat uit drie delen bestaat: het begin-buisje, de lis van Henle, en het eindbuisje.

- Bloed komt het nefron binnen
- De stroom van het gefilterde bloed
- Ruimte van Bowman
- GLOMERULUS: Bloed wordt gefilterd door poriën in de haarvaten
- Uitscheiding van ongewenste stoffen
- EINDBUISJE VAN HET NIERBUISJE: Het watergehalte van de urine wordt hier en in de urineverzamelbuis geregeld
- Urine uit andere nefronen
- Urineverzamelbuis
- Gefilterd bloed verlaat het nefron
- Urine stroomt naar het nierbekken
- Resorptie
- LIS VAN HENLE: Water en zouten worden geresorbeerd, waardoor de concentratie in het filtraat verandert
- FILTRAATSTROOM: Deze oplossing, die vrij is van eiwitten en cellen, wordt het glomerulaire filtraat genoemd
- BEGINGEDEELTE VAN HET NIERBUISJE: Hier wordt het grootste deel van het water en de voedingsstoffen weer in het bloed opgenomen
- Slagadertje
Urine bestaat uit een mengsel van afvalproducten en andere stoffen. Het mengsel is zo samengesteld dat het inwendige milieu van het lichaam constant blijft. De hoeveelheid water en zout in de urine hangt af van de hoeveelheid die in het lichaam aanwezig is.
- Vooral water
- Urine bestaat voor ongeveer 95 procent uit water. De rest bestaat uit afvalstoffen en stoffen die het lichaam niet kan gebruiken.

- Chloride
- Natrium
- Kalium
- Fosfaat
- Sulfaat
- Creatinine
- Urinezuur
- Ureum
- Water
Als de blaas zich vult, sturen zenuwen vanuit de blaaswand signalen door het ruggenmerg naar de hersenen. Vanaf ‘zindelijkheid’ kunnen mensen op een geschikt moment de bekkenbodemspieren ontspannen en zo een reflex starten waarbij de plasbuis zich ontspant en de blaas samentrekt. Bij baby’s gaat het plassen precies hetzelfde; alleen het kiezen van ‘een geschikt moment’ moet nog worden geleerd.
- Legen van de blaas
- Om de blaas te legen ontspant de sluitspier zich en trekken de spieren in de blaaswand samen; hierdoor wordt de urine uit de blaas geperst.

- Ontspannen blaaswand
- Urine
- Plasbuis
- Samengetrokken sluitspier
- Bekkenbodemspieren
- Volle blaas
- Bekkenbodemspieren
- Ontspannen sluitspier
- Plasbuis
- Urine
- Samengetrokken blaaswand
- Legen van de blaas
- In de blaas
- Op deze sterke vergroting zien we de plooien in de blaaswand. Deze plooien strekken zich als de blaas zich vult.
