Gebit en Tandvlees

Medische encyclopedie

Tanden en kiezen maken voedsel kleiner, zodat het kan worden verteerd. Door het gebit kunnen we ook klanken duidelijk uitspreken en het geeft het gezicht vorm. Ieder mens ontwikkelt twee gebitten, waarbij tanden en kiezen van het tweede gebit geleidelijk die van het eerste vervangen. De tanden en kiezen zitten stevig in het kaakbeen vast, dat wordt bedekt door het tandvlees. Tanden, kiezen en tandvlees zijn gevoelig voor plaque, waardoor cariës en tandvleesontsteking kunnen ontstaan.

Aan het begin van de vorige eeuw was het nog heel gebruikelijk dat mensen alle elementen van hun blijvend gebit op hun zestigste kwijt waren door cariës en tandvleesontsteking. Tegenwoordig houden veel mensen hun gebit hun hele leven dankzij verbeterde mondhygiëne, beter eten en de toevoeging van fluoride aan tandpasta.

Tanden wisselen
Op deze met kleuren bewerkte röntgenfoto van de onderkaak van een kind zien we een blijvende valse kies die een melkkies wegdrukt.
Tanden wisselen

De bouw van tanden en kiezen

Het deel van een gebitselement dat boven het tandvlees uitsteekt, is de kroon; wat zich in het tandvlees bevindt, is de hals, en het deel in het kaakbeen de wortel. De kroon is bedekt met een beschermende laag glazuur, de hardste substantie van het hele lichaam. Glazuur bestaat uit langwerpige calciumkristallen en kan zichzelf niet vervangen. Daardoor kan het glazuur uiteindelijk afslijten of beschadigd raken door zuren in eten en drinken of door zuren gevormd door bacteriën die in de plaque zitten. Als het glazuur helemaal door is, ontstaat een gaatje. Dit kan door de tandarts worden gevuld met een vulstof.

Onder het glazuur zit het tandbeen, een harde, ivoorachtige substantie die de tandholte omgeeft. In deze holte bevinden zich zenuwen en bloedvaten die via heel kleine kanaaltjes in het tandbeen doordringen, waardoor dit gevoelig is voor hitte, kou en pijn. De wortel maakt ongeveer twee derde deel uit van tand of kies en bevindt zich grotendeels in het kaakbeen. Iedere wortel is aan het kaakbeen verbonden met het wortelvlies, dat de schokken van bijten en kauwen opvangt.

Tanden en kiezen hebben verschillende vormen en afmetingen, waardoor er efficiënt mee kan worden gebeten, gesneden en vermalen. Zo hebben de achterste boven- en onderkiezen kauwvlakken; ze passen op elkaar zodat er goed mee kan worden vermalen. De bewegingen van het gebit worden door de onderkaak gereguleerd; door een aantal sterke spieren kan er een kracht van 500 kg per cm2 mee worden uitgeoefend op de elementen van de bovenkaak.

Tandglazuur
Deze vergroting van tandglazuur laat de vele kleine, langwerpige calciumkristallen zien die in een rechte hoek op het tandoppervlak staan.
Tandglazuur

De functie van het tandvlees

Het bot en het wortelvlies die de tanden in het kaakbeen vasthouden, worden bedekt met een beschermend weefsel, het tandvlees. Gezond tandvlees is roze – bij sommigen bruin – en stevig. Het sluit nauw aan op de tandhals, waardoor voedselresten en plaque niet het onderliggend weefsel of de wortel kunnen bereiken.

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.