Middelen die worden gebruikt bij de behandeling van ziekten van de prostaat
- alfuzosine
- doxazosine
- prazosine
- tamsulosine
- terazosine
- bicalutamide
- dutasteride
- finasteride
- flutamide
- nilutamide
- busereline
- gosereline
- leuproreline
- nafareline
De meest voorkomende aandoeningen van de prostaat zijn de niet-kwaadaardige prostaatvergroting(zie Vergrote prostaatklier, Vergrote prostaatklier), prostaatkanker (Prostaatkanker) en infectie(zie Prostatitis, Prostatitis). Bij de eerste twee aandoeningen is veelal chirurgie, al dan niet in combinatie met andere behandelingsmethoden, aangewezen. Soms wordt gekozen voor medicamenteuze therapie. Een vergrote prostaatklier drukt op de urinebuis (urethra), de buis die van de blaas naar buiten loopt. Ook kan verdikking optreden van de sluitspier van de blaas. Dit veroorzaakt klachten zoals frequente aandrang en niet goed kunnen uitplassen. Prostaatkanker kan dezelfde klachten geven en kan bovendien uitzaaien en andere lichamelijke klachten veroorzaken.
Ontsteking van de prostaat veroorzaakt koorts en lage rugpijn en pijn rond de anus of rond de basis van de penis. Andere symptomen zijn pijnlijk en frequenter plassen en kleurloze zaadlozingen gemengd met bloed.
Meestal worden ter behandeling van aandoeningen van de prostaat alfareceptorblokkers en anti-androgenen gebruikt. Alfablokkers stimuleren de urinestroom van de blaas via de plasbuis naar buiten. Anti-androgenen worden gebruikt bij niet-kwaadaardige prostaatvergroting en bij prostaatkanker. Ook analoga (verwante stoffen) van gonadoreline worden ingezet tegen prostaatkanker. Het effect van medicamenteuze behandeling bij klachten door een vergrote prostaat is beperkt.
Ontstekingen van de prostaat worden meestal behandeld met antibiotica (Antibiotica), vaak enkele weken.
Deze middelen, waaronder alfuzosine en tamsulosine, ontspannen de kringspier van de blaasuitgang en helpen zodoende de urinestroom te verbeteren. Ze worden oraal toegediend. Vaak moeten ze permanent worden gebruikt, omdat de symptomen terugkomen als met de therapie wordt gestopt. Alfablokkers kunnen de bloeddruk verlagen, met als gevolg een zweverig gevoel. Andere bijwerkingen zijn sufheid, moeheid, stemmingswisselingen, een droge mond, hoofdpijn en misselijkheid.
Androgenen zijn mannelijke geslachtshormonen die een belangrijke, maar niet geheel duidelijke rol spelen bij het ontstaan van prostaatvergroting en prostaatkanker. Anti-androgenen gaan de effecten van androgenen tegen.
Finasteride en dutasteride zijn de belangrijkste anti-androgene verbindingen die worden gebruikt bij de behandeling van niet-kwaadaardige prostaatvergroting, bijvoorbeeld als alternatief voor behandeling met alfablokkers. Vaak echter duurt het maanden voordat er resultaten worden bereikt. Andere anti-androgenen, zoals bicalutamide, worden soms gebruikt bij de behandeling van prostaatkanker.
Anti-androgenen worden oraal toegediend. Voor de behandeling van prostaatvergroting worden ze langdurig ingenomen. Bij kankertherapie is de duur van het gebruik meestal kort, maar soms lang. Bijwerkingen zijn een verminderd libido, impotentie en pijnlijke borstklieren. Daarnaast kan de haargroei toenemen.
Deze van gonadoreline afgeleide middelen worden meestal gebruikt bij de behandeling van prostaatkanker met uitzaaiingen. Ze verminderen de afscheiding van de gonadotrope hormonen van de hypofyse. Deze gonadotrope hormonen stimuleren de productie van testosteron, dat op zijn beurt de groei van het kwaadaardige gezwel van de prostaat stimuleert. De analoga worden toegediend per injectie, met een implantaat onder de huid of via een neusspray. Soms verergeren ze in het begin van de behandeling de symptomen. Dan kan een anti-androgeen worden gegeven, bijvoorbeeld flutamide. Bijwerkingen zijn opvliegers, jeuk, libidoverlies, misselijkheid en braken.
Deze vrouwelijke geslachtshormonen worden vaak gebruikt bij de behandeling van prostaatkanker. Ze onderdrukken de productie van het hormoon testosteron, dat nodig is voor de groei van tumoren. Oestrogenen worden tegenwoordig zelden toegepast vanwege hun bijwerkingen, zoals borstvergroting, impotentie, misselijkheid en urineretentie. Oestrogenen kunnen soms ook het risico vergroten op diepe adertrombose (Diepe veneuze trombose).