Synthetische schildklierhormonen voor behandeling van een verminderde schildklierfunctie
- levothyroxine
- liothyronine
Bij hypothyreoïdie produceert de schildklier te weinig schildklierhormonen, met name te weinig thyroxine. Symptomen van dit tekort zijn onder andere lusteloosheid en toename van het lichaamsgewicht. In 90 tot 95 procent van de gevallen is een acute of chronische ontsteking de oorzaak. Acute hypothyreoïdie geneest doorgaans vanzelf. Bij chronische hypothyreoïdie is in het algemeen levenslange behandeling met synthetisch schildklierhormoon nodig.
In de regel gaat de voorkeur uit naar levothyroxine, dat eenmaal daags oraal op een nuchtere maag wordt ingenomen. Bij pasgeborenen met hypothyreoïdie wordt het soms per injectie gegeven. Het duurt enkele weken voordat er effect optreedt en het kan wel een halfjaar duren voordat de symptomen helemaal zijn verdwenen.
Synthetische schildklierhormonen hebben geen bijwerkingen, mits zij in de juiste dosering worden gegeven. Regelmatig bloedonderzoek (de eerste twee jaar om de 6-12 weken) is nodig om te controleren of de dosering moet worden aangepast. De behandeling start met een lage dosis, die naar behoefte langzaam wordt opgehoogd. Bij een te hoge uitgangsdosering kan de patiënt de symptomen van hyperthyreoïdie ontwikkelen. Deze zijn onrust, gejaagdheid, slapeloosheid, trillingen, gewichtsverlies en een snelle, soms onregelmatige pols. De symptomen verdwijnen als de arts de dosering bijstelt.