Allergenen, zoals pollen, kunnen het vrijkomen van histamine in lichaamscellen oproepen. Deze stof heeft vervolgens zijn uitwerking op de kleine bloedvaten, klieren en andere weefselsoorten, waardoor de allergische verschijnselen ontstaan. De werking van de antihistaminica is gebaseerd op het blokkeren van die effecten van histamine.
- Vóór toediening
- Als reactie op contact met een allergeen komt histamine vrij, dat zich hecht aan bepaalde weefsels via zogeheten receptoren. Hierdoor ontstaat een allergische reactie in dat weefsel.

- Histamine
- Histaminereceptor
- Weefsel dat allergisch reageert
- Na toediening
- Het geneesmiddel bezet een deel van de histaminereceptoren, zodat de histamine zich daar niet meer kan hechten. Hierdoor worden de allergische verschijnselen minder hevig.

- Antihistamine
- Histamine
- Antihistamine blokkeert receptor
- Verminderde allergische reactie