SSRI’s worden vaak ingezet bij een depressie. Sommige zenuwcellen in de hersenen scheiden serotonine uit en nemen het ook weer op. SSRI’s verminderen die heropname.
- Vóór inname
- Zenuwsignalen stimuleren het vrijkomen van serotonine uit de zenuwuiteinden van hersencellen. Die serotonine stimuleert andere hersencellen. Vervolgens vindt heropname plaats in dezelfde zenuwuiteinden.

- Heropname van serotonine
- Hersencel
- STIMULATIE: Serotonine stimuleert hersencellen
- SEROTONINE KOMT VRIJ: Zenuwsignalen stimuleren het vrijkomen van serotonine
- Plaats voor heropname
- Zenuwsignaal
- Zenuwuiteinde
- Na inname
- Het geneesmiddel verlaagt de heropname van serotonine in de zenuwuiteinden, door de plaatsen voor de heropname te blokkeren.

- Zenuwuiteinde
- Geneesmiddel
- HOGERE CONCENTRATIE SEROTONINE: De serotonine die niet opnieuw wordt opgenomen, verhoogt de stimulatie van de hersencellen
- Hersencel
- ANTIPSYCHOTICA GENEESMIDDELEN TER BEHANDELING VAN: schizofrenie en andere ernstige psychotische stoornissen
- Plaats voor heropname geblokkeerd