De meest voorkomende vorm van inenting noemen we actieve immunisatie of vaccinatie. Bij deze vorm worden onschadelijke vormen van een infectieus organisme geïnjecteerd, zodat het lichaam daartegen antilichamen gaat vormen. Voor directe bescherming bestaat een andere vorm van inenting, de passieve immunisatie. Hierbij worden reeds gevormde antilichamen toegediend, afkomstig van een ander mens of een dier dat reeds immuun is voor de ziekte.
Veel vaccins ('levende vaccins' genoemd) bestaan uit verzwakte vormen van een ziekteverwekker. Andere bevatten een inactieve vorm van (een deel) van het organisme, bijvoorbeeld een eiwit. Een vaccin kan beschermen voor het leven, maar bij sommige vaccins zijn regelmatig revaccinaties nodig.
- 1
- Als reactie op het vaccin worden er antilichamen aangemaakt. Het immuunsysteem 'onthoudt' hoe het deze antilichamen moet maken.

- Antilichaam
- VACCIN: Dit is een verzwakte of inactieve vorm van een ziekteverwekker
- 2
- Als in een later stadium het lichaam besmet raakt met dit organisme, zal het immuunsysteem het direct herkennen en antilichamen produceren om het te vernietigen.

- Antilichaam
- Ziekteverwekker_
- Vernietigde ziekteverwekker
Immuniteit tegen een bepaalde ziekteverwekker kan ook worden verkregen door het toedienen van antilichamen van een donor. Dit kan noodzakelijk zijn als er geen vaccin bestaat of als er direct bescherming nodig is tegen een reeds opgelopen ziekte.
- 1
- Van een mens die of dier dat reeds immuun is, worden antilichamen genomen en toegediend aan de patiënt.

- Donorantilichaam
- 2
- Als de ziekteverwekker aanwezig is, zorgen de antilichamen direct voor vernietiging. Daarnaast bieden ze bescherming tegen een eventuele latere infectie.

- Vernietigde ziekteverwekker
- Antilichaam