Mannen beleven rond hun zestiende tot achttiende jaar, als ze net in de puberteit zijn, hun hoogste seksuele activiteit. Vanaf de puberteit kunnen ze voortdurend sperma produceren; mannen blijven derhalve veel langer vruchtbaar dan vrouwen, soms wel tot na hun zeventigste. Niet alleen maakt het mannelijk systeem sperma aan en levert dat aan het vrouwelijk voortplantingssysteem, maar ook worden geslachtshormonen aangemaakt die nodig zijn voor de productie van sperma en voor een normale ontwikkeling van de geslachtskenmerken in de puberteit.
Het mannelijk voortplantingssysteem begint zich al voor de geboorte te ontwikkelen. Ofschoon alleen de penis en het scrotum zichtbaar zijn, bevindt zich binnen in het lichaam een ingewikkeld netwerk van buisjes, klieren en ander weefsel dat tezamen voor de productie en het vervoer van het sperma zorgt.
- Sperma
- Elke zaadcel heeft een lange staart waarmee hij het vrouwelijke voortplantingskanaal in zwemt.

Zodra een jongen in de puberteit is, produceren de twee teelballen voortdurend sperma, ongeveer 125 miljoen spermacellen per dag. Bij hoge lichaamstemperatuur verloopt de spermaproductie niet optimaal. Daarom hangen de teelballen in een huidzakje buiten het lichaam, zodat de temperatuur lager blijft. Dit is het scrotum. Rijp sperma verlaat de teelballen via een bijbal, een lange kronkelige buis die boven en achter beide teelballen ligt. Het sperma wordt opgeslagen en rijpt in de bijbal; daarna gaat het naar de vas deferens (of: ductus deferens), de buis die een bijbal met een zaadleider verbindt. Tijdens seksuele activiteit trekken de vasa deferentia samen en duwen het sperma naar de urinebuis. Het sperma wordt geëjaculeerd of weer door het lichaam opgenomen. Er sijpelt ook wat door het bovenste uiteinde van de vas deferens in de urinebuis, en dat spoelt later met de urine weg.
Het sperma zit in vocht dat bestaat uit de afscheiding van diverse klieren. Dit zijn voornamelijk afscheidingen van klieren, de zaadblaasjes geheten, die worden geproduceerd wanneer het sperma de vas deferens verlaat. Ook de prostaat scheidt vloeistof af. Behalve dat deze ervoor zorgt dat de zaadcellen kunnen zwemmen, zitten er ook voedingsstoffen in die het sperma gezond houden. Samen vormen deze afscheidingen en het sperma de zaadvloeistof, met ongeveer vijftig miljoen zaadcellen per milliliter.
Om voor bevruchting te zorgen moet het sperma zich in het vrouwelijk voortplantingssysteem bevinden (zie Seks en voortplanting). Als de man opgewonden is, wordt de penis groot en stijf. Bij het orgasme trekken de spieren onder aan de penis samen en stuwen het sperma door de urineleider van de man de vagina van de vrouw in.
- Prostaatklier
- De prostaatklier scheidt een melkachtige vloeistof af waar de zaadcellen in kunnen zwemmen.

Het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon, testosteron, wordt gedurende het hele leven aangemaakt. Testosteron is belangrijk bij de ontwikkeling van de genitaliën (geslachtsorganen) en de mannelijke geslachtskenmerken. In de puberteit stijgt het testosterongehalte snel. Hierdoor gaan de genitaliën groeien en komen de secundaire geslachtskenmerken tot ontwikkeling, zoals lichaams- en gezichtsbeharing, lage stem en spierontwikkeling.