Kransslagaders voorzien de hartspier van bloed. Als een van de kransslagaders plotseling helemaal verstopt raakt, kan iemand een hartinfarct krijgen. Bij een hartinfarct (ook wel hartaanval genoemd) sterven de spiercellen in een deel van de hartspier af, door een acuut ernstig gebrek aan zuurstof.
Vroeger was een hartinfarct vaak dodelijk, maar tegenwoordig overleven veel meer mensen het. Door een vroegtijdige behandeling met bloedontstollende middelen (trombolytica) of door dotteren (het plaatsen van een uitvouwbaar buisje dat het bloedvat permanent openhoudt) kan tegenwoordig na een aanval de schade worden beperkt.
Door na een hartinfarct op een andere manier te gaan leven, kunt u zelf het herstel versnellen en de kans op een nieuw hartinfarct verminderen. Wat kunt u doen:
- Stop met roken. Dit het belangrijkste.
- Eet gezond: voldoende groente, fruit, rijst, aardappels, peulvruchten en volkorenproducten. Eet minder vet en kies bij voorkeur voedingsmiddelen met meervoudig onverzadigde vetten. Dit is bijvoorbeeld plantaardige olie, vis of noten. Eet zo min mogelijk verzadigde vetten. Verzadigd vet zit vooral in room, roomboter, kaas, vet vlees, vette vleeswaren, gewone margarine, gebak, koekjes en snacks.
- Zorg voor een gezond gewicht. Overgewicht vormt een extra belasting voor uw hart. Als u 5 tot 10 procent afvalt levert dit vaak al grote gezondheidswinst op.
- Wees vooral bij een hoge bloeddruk zuinig met zout. Voeg geen zout toe aan het eten en eet zo weinig mogelijk kant-en-klaarproducten, omdat deze veel zout bevatten. Eet niet te veel drop, want hier zit een bloeddrukverhogende stof in.
- Drink niet meer dan één tot twee glazen wijn of bier per dag.
- Stel in overleg met uw arts een oefenprogramma op. In dit programma moeten de inspanningen langzaam worden opgevoerd totdat u matige inspanning aankunt. Bijvoorbeeld regelmatig dertig minuten of meer fietsen.
- Blijf ook na de hartrevalidatie genoeg bewegen, zonder te forceren. Bouw de activiteiten geleidelijk op en houd rekening met uw lichamelijke mogelijkheden: Tijdens inspanning moet u nog in staat zijn te praten. Ga bijvoorbeeld drie tot vijf keer per week (20 tot 60 minuten) wandelen, fietsen of zwemmen.
Na een herstelperiode kunt u geleidelijk aan terugkeren naar uw normale dagelijkse routine:
- Waarschijnlijk kunt u na zes weken tot drie maanden weer aan het werk als u een kantoorbaan hebt. Overweeg om in het begin parttime te werken.
- Vermijd spanningen.
- Binnen zes weken zult u weer auto kunnen rijden.
- Ongeveer vier weken na een hartaanval kunt u weer seks hebben.
Bel direct de huisarts of bel 112 (spreek van te voren af wat in uw regio het meest geschikt is) als:
- U dezelfde (heftige) klachten krijgt als bij het vorige infarct.
- U voor het eerst na het infarct een pijnlijk drukkend gevoel op de borst krijgt dat niet direct overgaat.
- U al vaker pijn op de borst heeft gehad bij inspanning (angina pectoris), en het nitraatpilletje (of -spray) onder de tong niet werkt zoals u gewend bent (bel uiterlijk 15 minuten na het begin van de pijn).
- Of als de klachten na het nitraatpilletje direct weer terugkomen.
In bovenstaande gevallen heeft u mogelijk weer een hartinfarct. Vaak bent u dan ook bleek, klam en zweterig en voelt u zich angstig, onrustig en misselijk. Blijf nadat u gebeld heeft rustig wachten tot er hulp vervoer naar het ziekenhuis komt.