U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Chronisch glaucoom

Medische encyclopedie

Vroeger ook wel groene staar genoemd; een geleidelijke, pijnloze stijging van de druk in het oog

Chronisch glaucoom veroorzaakt een geleidelijke vermindering van het gezichtsvermogen doordat de druk van het vocht in het oog jarenlang te hoog is geweest. Er zijn vaak geen symptomen tot de aandoening ver is voortgeschreden en de slechtziendheid blijvend is (Blindheid). Ernstige schade kan worden voorkomen door tijdige behandeling. Meestal worden beide ogen getroffen, maar de symptomen kunnen zich aanvankelijk in slechts één oog voordoen.

De oorzaken

Er wordt voortdurend vocht naar de voorkant van het oog gevoerd om de weefsels te voeden en de vorm van het oog te handhaven. Normaliter wordt dit vocht afgevoerd via het trabeculaire netwerk, een op een zeef lijkende structuur in de hoek tussen de iris en de rand van het hoornvlies (de kamerhoek).

Bij chronisch glaucoom raakt dit netwerk in toenemende mate verstopt. Hoewel de kamerhoek openblijft, kan het vocht niet meer normaal wegstromen, waardoor de druk geleidelijk stijgt. De stijgende druk beschadigt de zenuwbanen in het lichtgevoelige netvlies achter het oog en in de oogzenuw, die signalen van het netvlies naar de hersenen leidt, en veroorzaakt slechtziendheid.

De werkelijke oorzaak van dit glaucoom is niet bekend. Genetische factoren kunnen een rol spelen en de aandoening zit soms in de familie. Bij bijziendheid (Bijziendheid (myopie)) is het risico op chronisch glaucoom groter.

Vochtstroom bij chronisch glaucoom
Normaliter stroomt vocht uit het oog door het trabeculair netwerk aan de wortel van de iris. Bij chronisch glaucoom is dit verstopt en loopt de druk op.
Vochtstroom bij chronisch glaucoom
  1. Verstopt trabeculairnetwerk
  2. Kamerhoek
  3. Opgehoopt vocht
  4. Iris
  5. Hoornvlies
  6. Lens
  7. Locatie

De symptomen

Chronisch glaucoom heeft meestal geen symptomen voordat de aandoening is voortgeschreden en dan is het gezichtsvermogen vaak al blijvend aangetast. In de latere fasen zijn de volgende symptomen mogelijk:

  • tegen dingen aan lopen doordat de randen van het gezichtsveld verdwijnen (perifeer gezichtsvermogen);
  • troebel zien van voorwerpen recht vooruit.

Raadpleeg onmiddellijk een arts wanneer u een verandering in uw gezichtsvermogen opmerkt. De kans op chronisch glaucoom neemt na de middelbare leeftijd toe. Als u tot een risicogroep behoort, is regelmatig een oogdrukmeting nodig, ongeacht uw leeftijd.

De diagnose

Chronisch glaucoom kan men in een vroeg stadium tijdens een routineonderzoek ontdekken. Opticiens gebruiken veelal een methode met luchtdruk zonder direct contact met het oog. Deze methode is onnauwkeuriger, maar wel veiliger en spoort alleen mogelijke patiënten op. Vervolgens kan de oogarts vaststellen of er echt glaucoom is. Oogartsen gebruiken vaak applanatietonometrie (zie TEST: Applanatietonometrie) om de druk in het oog te meten. Het netvlies kan worden onderzocht met de oogspiegel. Deze techniek maakt schade aan de oogzenuw door de hoge druk zichtbaar. Uw oogarts kan ook een gezichtsveldtest afnemen om defecten in de buitenzijde van uw gezichtveld vast te stellen.

De behandeling

Als chronisch glaucoom vroeg wordt vastgesteld, krijgt u waarschijnlijk oogdruppels om de druk in het oog te verminderen (zie Geneesmiddelen tegen glaucoom). U zult deze waarschijnlijk de rest van uw leven moeten gebruiken.

Als de aandoening in een vergevorderd stadium is of als de druk niet voldoende wordt teruggebracht door oogdruppels, is misschien een operatie nodig om een afvoerkanaal te maken in het oogwit (zie Trabeculectomie, onder). Bij een andere chirurgische techniek, lasertrabeculoplastiek, wordt een laserstraal gebruikt om kleine gaatjes te maken in het trabeculaire netwerk, zodat het vocht daardoor kan wegstromen. Deze methoden voorkomen meestal dat de symptomen toenemen. Als de aandoening slechts één oog treft, moet het andere waarschijnlijk ook worden behandeld.

Risicofactoren

Leeftijd
Zeldzaam onder 40 jaar; komt meest voor boven 60 jaar
Geen factor van betekenis
Geen factor van betekenis
Erfelijkheid
Zit soms in de familie. Komt vaker voor bij personen van Afrikaanse afkomst
Geslacht
Geen factor van betekenis
Leefwijze
Geen factor van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier: