Influenza; virusinfectie van de bovenste en onderste luchtwegen
Griep of influenza is een zeer besmettelijke virusziekte, die tijdens de wintermaanden vaak epidemieën veroorzaakt. De infectie wordt verspreid via druppeltjes die door het niezen en hoesten van besmette mensen in de lucht terechtkomen, maar gemakkelijker door direct persoonlijk contact, met name via de handen.
Griepachtige verschijnselen kunnen ook worden veroorzaakt door andere virusinfecties, maar echte griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus type A of B. Vooral het type A-virus verandert regelmatig van structuur (het muteert) en produceert daardoor nieuwe stammen, waartegen vrijwel niemand immuun is.
Het aantal grieppatiënten varieert van jaar tot jaar, maar virulente stammen kunnen zich wereldwijd verspreiden en miljoenen slachtoffers maken. Dergelijke grootschalige uitbraken of pandemieën deden zich voor in 1918 met de Spaanse griep, in 1957 met de Aziatische griep, in 1968 met de Hongkonggriep en in 1977 met de Russische griep.
De symptomen van griep doen zich binnen 24 tot 48 uur na de besmetting voor. Veel mensen die verkouden zijn, denken dat ze griep hebben, maar de symptomen van griep zijn ernstiger dan van een verkoudheid. Griep begint vaak met een koude rilling. Andere symptomen, die al binnen een paar uur in hevigheid toenemen, zijn:
- hoge koorts, transpireren en rillen;
- spierpijn, vooral in de rug;
- afgemat gevoel;
- geregeld hoesten, niezen, verstopte neus of loopneus en keelpijn.
Ook als de meeste griepsymptomen al verdwenen zijn, voelt de patiënt zich nog vaak vermoeid en neerslachtig.
De meest voorkomende complicatie is een bacteriële infectie van de luchtwegen (zie Acute bronchitis) en longen (zie Longontsteking), die dodelijk kan zijn voor baby’s, ouderen, mensen met een chronische hart- of longaandoening en mensen met verminderde weerstand, bijvoorbeeld door aids (Hiv-infectie en aids) of diabetes mellitus.
Mensen met een normale gezondheidstoestand kunnen de symptomen het best bestrijden door in bed te blijven, veel te drinken en zonodig de adviezen voor het onderdrukken van koorts op te volgen (zie ZELFHULP: Adviezen bij koorts). Pijnstillers zoals paracetamol kunnen spierpijn en andere klachten verlichten (zie Middelen tegen verkoudheid en griep). Antivirale middelen kunnen de ziekteduur met ongeveer een dag bekorten wanneer binnen 24 uur na aanvang van de klachten met de behandeling wordt begonnen.
Als de koorts langer dan twee dagen aanhoudt of als u last krijgt van benauwdheid (of pijn bij ademen), moet u uw huisarts waarschuwen. Deze kan u onderzoeken om na te gaan of u bijvoorbeeld longontsteking hebt. Tegen een bijkomende bacteriële infectie kan de huisarts antibiotica voorschrijven, maar deze middelen hebben geen invloed op het griepvirus zelf. Baby’s, kleine kinderen, ouderen, mensen met een chronische hart- of longaandoening en mensen met verminderde weerstand hebben een verhoogde kans op ernstige complicaties. Bij hen moet de huisarts al bij de eerste symptomen van griep worden gewaarschuwd.
Als zich geen complicaties voordoen, verdwijnen de meeste symptomen van griep meestal binnen een week, al kan het hoesten twee tot drie weken aanhouden, en vermoeidheid en depressiviteit zelfs nog langer. Voor mensen met een verhoogd risico kunnen de complicaties echter levensbedreigend zijn.
Inenting biedt goede bescherming en is vooral aan te raden voor mensen met een verhoogd risico op complicaties (behalve baby’s) of een verhoogde kans op besmetting, zoals mensen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg.
Van de mensen die jaarlijks worden ingeënt, is ongeveer twee derde effectief beschermd tegen besmetting. Volledige bescherming is niet mogelijk, omdat de virussen geregeld muteren en er elk jaar nieuwe stammen ontstaan. De Wereldgezondheidsorganisatie geeft elk najaar adviezen over de te gebruiken vaccins, afhankelijk van de stammen die men in bepaalde gebieden verwacht. Wanneer een virus ingrijpend muteert, hebben de bestaande vaccins echter nauwelijks effect en kan een pandemie uitbreken.
- Leeftijd
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Geen factoren van betekenis