U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.

Groeiachterstand in de baarmoeder

Medische encyclopedie

De foetus groeit niet goed in de baarmoeder en is kleiner dan verwacht

Groeiachterstand in de baarmoeder, wat bij één op de twintig baby’s voorkomt, treedt op wanneer een foetus niet genoeg groeit en in gewicht achterblijft. Een voldragen kind weegt gemiddeld iets meer dan 3kg. Een voldragen kind met groeiachterstand weegt minder dan 2,5kg en is dunner dan gemiddeld, met wel een normale lengte.

De oorzaken

De oorzaak van slechte groei van de foetus is meestal dat de foetus via de placenta te weinig voedingsstoffen krijgt aangeboden, en dat kan weer komen door een ziekte van de moeder of door haar levensstijl (roken, drinken, ongezond eten, drugs). De aandoening kan ook worden veroorzaakt door een probleem met de placenta of door een afwijking van de foetus.

Ziekten van de moeder die de werking van de placenta kunnen verstoren en tot ondervoeding van de foetus kunnen leiden, zijn: pre-eclampsie, waarbij hoge bloeddruk en andere klachten optreden, chronische hoge bloeddruk (Hoge bloeddruk (hypertensie)) of reeds bestaande nierinsufficiëntie. Ook de levensstijl van de moeder kan aan groeiachterstand in de baarmoeder bijdragen. Roken, alcohol- en drugsgebruik en slechte voeding hebben alle invloed op de voedingsstoffen die door de placenta gaan om de foetus te voeden.

Bovendien kan er iets met de placenta zijn waardoor de foetus niet genoeg voeding krijgt. De meest voorkomende oorzaak is infarcering van de placenta, waarbij delen van de placenta afsterven en niet meer werken. Dit ziet men vaak bij hoge bloeddruk. Ook aangeboren afwijkingen kunnen leiden tot een groeiachterstand in de baarmoeder.

De behandeling

Zwangeren hebben bij groeiachterstand veelal geen klachten. Blijkt bij de zwangerschapscontroles dat de baarmoeder niet naar verwachting groeit, dan zal uw verloskundige of arts actie ondernemen, bijvoorbeeld echo-onderzoek om de groei van de foetus te volgen en de bloedstroom door de navelstreng van de foetus naar de placenta te meten. Ook kan er dan worden gekeken of er aangeboren afwijkingen te zien zijn.

Als er groeiachterstand wordt vastgesteld, wordt u verwezen naar een gynaecoloog. Soms is ziekenhuisopname wenselijk om bedrust te houden. Men kan dan tevens de conditie van de foetus nauwlettend observeren. Is er ook een hoge bloeddruk, dan wordt die behandeld. Het CTG (registratie van de wisselingen in de snelheid van de hartslag van de baby, -registratie (test)) geeft steeds informatie over hoe de baby zich voelt. Daarnaast is ook heel belangrijk of de baby goed beweegt – de moeder moet veranderingen in het bewegingspatroon van haar baby dan ook altijd melden aan haar verloskundige of arts. Als de onderzoeken daar aanleiding toe geven, kan worden besloten de baby eerder geboren te laten worden, met een inleiding (zie BEHANDELING: De bevalling inleiden) of met een keizersnede.

De prognose

Kleine baby’s moeten vaak na de bevalling worden opgenomen op de medium- of intensivecareafdeling van de neonatologie. Ze zijn namelijk vatbaarder voor infecties, een te lage bloedsuikerspiegel en een te lage temperatuur (hypothermie). Veel te vroeg geboren kinderen kunnen daarnaast ook ademhalingsproblemen krijgen en moeten soms hulp bij de ademhaling krijgen, zoals beademing. De meeste kleine baby’s komen snel aan en krijgen uiteindelijk een normaal gewicht en lengte. De moeder loopt een iets grotere kans dat haar volgende kind ook klein zal zijn. Elke volgende baby is over het algemeen echter iets groter dan de vorige.

Risicofactoren

Leeftijd
Roken, alcohol- of drugsgebruik en slechte voeding tijdens de zwangerschap vormen risicofactoren, evenals ziekten van de moeder, zoals hoge bloeddruk
Risicofactoren hangen samen met de oorzaak
Leefwijze
Risicofactoren hangen samen met de oorzaak
Erfelijkheid
Risicofactoren hangen samen met de oorzaak

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier: