Baby’s en kinderen die abnormaal kort of lang zijn als gevolg van diverse oorzaken
Kinderen van dezelfde leeftijd kunnen sterk in lengte variëren. Dit heeft te maken met factoren zoals erfelijkheid, etnische achtergrond en voeding. In de meeste gevallen is groot of klein zijn niet abnormaal en komt het doordat men in de familie langer of korter is dan gemiddeld, of men later dan gebruikelijk de definitieve lengte bereikt. Groot of klein zijn is een reden tot ongerustheid als een kind duidelijk buiten de curve voor zijn of haar leeftijd groeit. Abnormaal groot of klein zijn kan diverse oorzaken hebben.
Normale groei is afhankelijk van adequate voeding en een goede algehele gezondheid. Daarnaast wordt de groei door bepaalde hormonen gestuurd. Verstoring van een van deze drie belangrijke factoren kan tot een groeistoornis leiden, waardoor het kind abnormaal klein of lang wordt.
Een kind kan kleiner zijn dan normaal als zijn of haar voeding niet toereikend is. Een chronische ziekte, zoals cystische fibrose of ernstig astma, kan ook tot slechte groei leiden. Bij veel syndromen is de lengtegroei verminderd, resulterend in een geringe lengte als volwassene. Te denken valt bijvoorbeeld aan het syndroom van Down. Baby’s die in de baarmoeder groeiachterstand oplopen, kunnen later kleiner dan gemiddeld blijven. Zo nodig worden deze kinderen behandeld met groeihormoon.
Soms is de oorzaak van klein blijven een te lage productie van de hormonen die voor normale groei noodzakelijk zijn. Bij sommige kinderen produceert de hypofyse niet genoeg groeihormoon (zie Verminderde hypofysehormoonproductie). Te weinig schildklierhormoon kan ook de oorzaak zijn (zie Hypothyreoïdie).
Een kleine gestalte is ook een kenmerk van het syndroom van Turner, dat alleen bij meisjes voorkomt. Het kan ook het gevolg zijn van een skeletafwijking, zoals osteogenesis imperfecta of achondroplasie.
Kinderen kunnen tijdelijk langer zijn dan anderen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht als de puberteit vroeg intreedt (zie Abnormale puberteit bij mannen, en Abnormale puberteit bij vrouwen, Abnormale puberteit bij vrouwen). Deze kinderen hebben uiteindelijk echter meestal een normale lengte. In een heel enkel geval wordt de te snelle groei veroorzaakt door een overproductie van groeihormoon. Deze aandoening heet gigantisme. Deze overproductie kan te wijten zijn aan een tumor in de hypofyse (zie Tumoren in de hypofyse). Jongens met het syndroom van Klinefelter kunnen in de puberteit ook langer worden dan normaal.
De lengte van uw kind wordt bij de controles op het consultatiebureau regelmatig gemeten. Als deze aanhoudend te kort of te lang is, zal men uw kind vaker willen meten. Als de groei blijft afwijken, volgt er onderzoek om te kijken hoe het met de hormoongehalten is gesteld en om de oorzaak, bijvoorbeeld een genetische afwijking, op te sporen. Soms zal de rijpheid van de botten worden bepaald aan de hand van een röntgenfoto van de hand of pols.
De behandeling van groeistoornissen is het meest succesvol als er al vóór de puberteit mee wordt gestart, als de botten nog een normale groeireserve hebben. Als een kind klein is door slechte voeding, verbetert de groei meestal na dieetaanpassing.
Als de groeistoornis het gevolg is van een chronische ziekte, kan adequate behandeling van die ziekte de groei soms weer normaliseren. Bij een tekort aan groeihormoon krijgt het kind groeihormoon toegediend. Bij hypothyreoïdie krijgt men vervangend schildklierhormoon.
Voor een abnormaal vroege puberteit bestaan medicijnen die deze remmen. Gigantisme ten gevolge van een tumor in de hypofyse wordt behandeld door de tumor te verwijderen. Mits tijdig behandeld, zullen de meeste kinderen met een groeistoornis een relatief normale lengte krijgen, maar als men de behandeling uitstelt tot de puberteit, wordt het moeilijker een normale lengte te bereiken. Een afwijkende gestalte kan ervoor zorgen dat een kind zich onzeker en ongelukkig voelt; psychologische begeleiding kan dan nodig zijn.
- Leeftijd
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Geslacht
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Erfelijkheid
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Leefwijze
- Risicofactoren afhankelijk van het type