Goedaardige vergroting van een of twee borsten bij de man
Alle mannen produceren een kleine hoeveelheid van het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen. Bij een te hoge oestrogeenproductie treedt borstvergroting op (gynaecomastie). Dit kan om één of twee borsten gaan. Het komt vooral voor bij pasgeboren baby’s en bij één op de twee adolescenten. In beide leeftijdsgroepen is het meestal iets van tijdelijke aard. Ook oudere mannen kunnen het krijgen.
- Gynecomastie
- Te veel vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen kan ertoe leiden dat een of beide borsten van de man groter worden.

Gynaecomastie bij baby’s treedt op wanneer de foetus in de baarmoeder blootgesteld is geweest aan oestrogeen van de moeder. Een verhoogd oestrogeengehalte, met borstvergroting als gevolg, komt ook veel voor in de puberteit. Bij volwassenen zijn alcoholmisbruik en overgewicht de meest voorkomende oorzaken.
Medicijnen die het niveau van de vrouwelijke geslachtshormonen beïnvloeden, zoals spironolacton (zie Diuretica) en corticosteroïden, kunnen tot borstvergroting leiden. Sommige medicijnen voor prostaatkanker (zie Geneesmiddelen voor aandoeningen van de prostaat) hebben mogelijk hetzelfde effect.
De symptomen kunnen zijn:
- gevoelige en gezwollen borst of borsten;
- stevige of rubberachtige knobbel in het weefsel, voelbaar onder de tepel;
- afscheiding uit de tepel.
De ene borst kan groter worden dan de andere. Ga bij bovenstaande symptomen altijd naar de huisarts, want ze kunnen ook op borstkanker duiden.
Bij pasgeboren jongetjes is behandeling niet nodig; gynaecomastie verdwijnt meestal binnen een paar weken. Bij de meeste jongeren verdwijnt het binnen anderhalf jaar zonder behandeling. Bij oudere mannen zal de arts vragen in hoeverre de leefwijze ermee te maken heeft en zal hij onderzoek doen. De arts zal het bloed laten onderzoeken op hormoongehalten en zal ook onderzoek laten doen naar borstkanker. Behandeling en prognose hangen af van de oorzaak, maar als de gynaecomastie aanhoudt, zal operatief het overtollig weefsel worden verwijderd.
- Leeftijd
- Komt vooral voor bij pasgeboren baby’s en bij jongeren
- Geen factor van betekenis
- Leefwijze
- Veel alcohol drinken en te zwaar zijn vormen voor volwassenen risicofactoren
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis