Meningitis; ontsteking van de vliezen die hersenen en ruggenmerg omgeven, meestal door een bacteriële of virale infectie
Hersenvliesontsteking is een ernstige infectie van de meningen (de vliezen die de hersenen en het ruggenmerg omgeven). Bacteriële meningitis kan een dodelijke ziekte zijn. De incidentie van meningokokkenmeningitis in Nederland is 4 per 100.000 inwoners per jaar. Ongeveer acht van de tien gevallen van bacteriële meningitis betreffen kinderen jonger dan vijf jaar – ouders zijn dan ook zeer beducht voor deze ziekte. Infectie-uitbraken treden zo nu en dan op in omgevingen waar de kinderen dicht op elkaar verblijven, zoals een crèche of een school.
Hersenvliesontsteking als gevolg van een virusinfectie is veel minder ernstig en zelden levensbedreigend.
Vroeger was infectie met Haemophilus influenzae type B (Hib) de hoofdoorzaak van bacteriële meningitis bij jonge kinderen. Deze infectie komt in de westerse landen nog nauwelijks voor, aangezien men sinds 1993 tegen Hib-infecties wordt ingeënt. De meest voorkomende veroorzaker bij zowel volwassenen als kinderen is nu Streptococcus pneumoniae, en in de leeftijdsgroep van twee tot achttien jaar Neisseria meningitidis (meningokokkenmeningitis). In een heel enkel geval wordt hersenvliesontsteking veroorzaakt door de bacterie die ook tuberculose veroorzaakt.
Virale meningitis kan door diverse virussen worden veroorzaakt, onder andere het virus dat waterpokken (Waterpokken) en bof (Bof) veroorzaakt. Virale meningitis verloopt doorgaans veel milder dan bacteriële meningitis.
De symptomen van bacteriële en virale meningitis zijn dezelfde. Bacteriële meningitis ontwikkelt zich echter sneller; vaak is het kind binnen een paar uur al ernstig ziek. Nekstijfheid (het onvermogen om de kin op de borst te brengen, veroorzaakt door verkramping van de nekspieren) is een kenmerkend symptoom van hersenvliesontsteking. In tegenstelling tot volwassenen hoeven heel jonge kinderen (jonge zuigelingen) niet nekstijf te zijn; de ziekte is dan vaak moeilijk te onderscheiden van andere minder ernstige infecties. De symptomen bij jonge kinderen kunnen zijn:
- nekstijfheid en koorts;
- sufheid of rusteloosheid, en een hoge huiltoon of juist kreunen;
- overgeven en/of diarree;
- niet willen drinken;
Bij bloedvergiftiging door de meningokokkenbacterie verschijnt een kenmerkende uitslag van platte, roodachtig paarse plekjes, variërend qua grootte van een speldenknop tot grote vlekken, die niet verbleken als men erop drukt.
Daarnaast kunnen bij oudere kinderen de verschijnselen optreden die bij volwassenen kenmerkend zijn:
- hevige hoofdpijn;
- nekstijfheid;
- afkeer van fel licht.
Zonder behandeling kunnen bij bacteriële meningitis stuipen optreden, gevolgd door bewustzijnsverlies, coma en uiteindelijk de dood. In zeldzame gevallen ontstaat een hersenabces, een pusophoping in de hersenen (Hersenabces).
Een kind met hersenvliesontsteking moet ogenblikkelijk in het ziekenhuis worden opgenomen, vaak op de intensive care. De diagnose kan worden bevestigd door een lumbaalpunctie of ruggenprik (Ruggenprik (lumbaalpunctie) (onderzoek)), waarbij wat hersenvocht wordt afgenomen voor onderzoek.
Terwijl men op de uitslag van dit onderzoek wacht, krijgt uw kind als men denkt dat het om bacteriële meningitis gaat, al per infuus een of meer antibiotica toegediend. Blijkt het de ziekte niet te hebben, dan stopt men met de antibiotica. Denkt men dat het gaat om een ernstige virusinfectie (herpesvirus), dan wordt begonnen met een speciaal medicijn tegen dit virus. Uw kind krijgt per infuus ook vocht toegediend om uitdroging te voorkomen en als het stuipen heeft, ook anti-epileptica. De gezinsleden en kinderen uit de klas krijgen als voorzorgsmaatregel vaak ook antibiotica.
Kinderen met virale meningitis herstellen meestal binnen twee weken volledig. Bacteriële meningitis is bij één op de twintig kinderen dodelijk. Ongeveer één op de vier kinderen die van de ziekte herstellen, houdt blijvende problemen, zoals slechthorendheid of epilepsie.
- Leefwijze
- Een dichtbevolkte leefomgeving vormt een risicofactor
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Leeftijd
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis