Overproductie van het bijschildklierhormoon, die kan leiden tot een hoog calciumniveau in het bloed
Het bijschildklierhormoon (PTH), dat wordt geproduceerd door de vier bijschildklieren ter grootte van een erwt die in het schildklierweefsel liggen, reguleert de hoeveelheid calcium in het bloed. Overproductie van PTH wordt hyperparathyreoïdie genoemd en leidt tot een hoge calciumspiegel. De aandoening komt vier keer zo vaak bij vrouwen voor.
De meest gebruikelijke oorzaak van de aandoening is een tumor in een of meer van de bijschildklieren. In sommige gevallen kan de ontwikkeling van bijschildklierkanker in verband worden gebracht met de erfelijke aandoening multipele endocriene neoplasie waarbij zich tumoren vormen in verschillende klieren. Bijschildkliertumoren zijn zelden kwaadaardig.
De bijschildklieren kunnen groter worden en meer PTH gaan produceren (secundaire hyperparathyreoïdie) in een poging om stoornissen te compenseren die voor een lage calciumspiegel in het bloed zorgen, zoals Acute nierinsufficiëntie.
Een enigszins hoger gehalte van calcium in het bloed door hyperparathyreoïdie hoeft helemaal geen symptomen op te wekken. Mensen met een heel hoog gehalte kunnen echter de volgende symptomen krijgen:
- buikpijn;
- misselijkheid en overgeven;
- constipatie;
- grotere urineafscheiding en meer dorst;
- depressief.
Een erg hoog calciumgehalte kan ook tot uitdroging, verwardheid en bewusteloosheid leiden en levensbedreigend zijn. Ernstige complicaties van hyperparathyreoïdie zijn onder meer de vorming van nierstenen (Nierstenen) door de ophoping van calcium, en botbreuken (Botbreuken (fracturen)) doordat er geleidelijk calcium aan de botten wordt onttrokken en in de bloedbaan terechtkomt.
Indien zich bij u symptomen van hyperparathyreoïdie voordoen, zal uw huisarts vermoedelijk een bloedmonster nemen om het functioneren van de nieren te beoordelen en de gehalten van calcium en PTH te bepalen. Als u geen symptomen hebt, kan hyperparathyreoïdie bij toeval worden ontdekt bij een gewone controle. Soms wordt de aandoening gevonden bij een onderzoek naar nierstenen.
Als het gehalte aan calcium slechts enigszins verhoogd is, hoeft er meestal niets aan te worden gedaan. De calciumspiegel en het functioneren van de nieren moeten dan echter wel jaarlijks worden gecontroleerd. Is het calciumgehalte erg hoog, dan krijgt u in het ziekenhuis intraveneus vocht en medicijnen toegediend om het te verlagen.
Indien de tumor gepaard gaat met een hoog calciumgehalte, zal de aangetaste bijschildklier moeten worden verwijderd. Direct na deze operatie zult u calciumsupplementen nodig hebben, maar binnen een paar dagen is het gehalte over het algemeen weer normaal. Indien mogelijk zal de oorzaak worden behandeld; anders moeten een of meer bijschildklieren worden verwijderd.
- Leeftijd
- Komt vaker voor boven 50
- In sommige gevallen is de aandoening erfelijk
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Komt vaker voor bij vrouwen
- Erfelijkheid
- In sommige gevallen is de aandoening erfelijk
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis