Afwijkende opening van de urinebuis; deze ligt aan de onderkant van de penis
Hypospadie is een relatief veel voorkomende afwijking bij de geboorte (bij één op de driehonderd jongetjes), waarbij de opening van de urinebuis aan de onderkant van de schacht van de penis zit, en dus niet aan het uiteinde. Meestal zit de opening wel in de buurt van het uiteinde, maar in een ernstig geval kan hij vlak bij het scrotum zitten. Soms ontbreekt een deel van de voorhuid en buigt de penis door een embryonaal aangelegde bindweefselstreng (chorda) naar beneden. Hypospadie komt soms familiair voor. Als het niet tijdig wordt behandeld, zal het kind zittend moeten plassen, in tegenstelling tot andere jongens, hetgeen voor jongens heel erg is.
Hypospadie wordt meestal bij de geboorte ontdekt en voor het tweede jaar geopereerd. Bij de operatie gebruikt men de voorhuid om een verlengstuk van de bestaande urinebuis te maken, zodat die wel tot de punt van de penis komt. Het is daarom van belang dat het jongetje niet wordt besneden. Als er ook sprake is van chorda, wordt deze meestal tegelijkertijd gecorrigeerd. Door deze operatie kan het jongetje normaal plassen. Het latere seksuele functioneren en de vruchtbaarheid raken meestal niet verstoord.
- Leeftijd
- Bij de geboorte al aanwezig
- Geen factor van betekenis
- Erfelijkheid
- Komt soms in de familie voor
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis