Middelen die worden gebruikt ter vermindering van de activiteit van het immuunsysteem
- methylprednison
- prednisolon
- prednison
- azathioprine
- chloorambucil
- cyclofosfamide
- methotrexaat
- mycofenolzuur
Immunosuppressiva onderdrukken de activiteit van het immuunsysteem, dat ervoor zorgt dat het lichaam wordt beschermd tegen infecties en dat geïnfecteerde of zieke lichaamscellen vernietigd worden. Bij sommige aandoeningen echter, de zogeheten auto-immuunziekten (Auto-immuunziekten), komt het immuunsysteem in actie tegen eigen, gezonde lichaamscellen. Dan moet met geneesmiddelen het immuunsysteem worden onderdrukt om blijvende schade te voorkomen. Verder worden immunosuppressiva toegediend na een transplantatie (Transplantatiechirurgie), om te voorkomen dat het nieuwe orgaan als vreemd wordt herkend en afgestoten. Ook worden deze middelen ingezet bij de behandeling van sommige vormen van kanker.
Wie immunosuppressiva gebruikt, heeft een verhoogd risico om infecties op te lopen, omdat de afweer van het lichaam immers onderdrukt is.
De belangrijkste soorten middelen die worden gebruikt voor het onderdrukken van het immuunsysteem, zijn de corticosteroïden (Corticosteroïden) en de cytotoxische immunosuppressiva. Andere soorten zijn bijvoorbeeld ciclosporine en tacrolimus.
Bij een auto-immuunziekte zoals reumatoïde artritis (Reumatoïde artritis) kunnen orale corticosteroïden worden gegeven. Deze verzwakken het immuunsysteem door in te werken op de activiteit van witte bloedcellen, die een essentieel onderdeel zijn van de afweerreactie.
Bij langdurig gebruik van corticosteroïden kunnen acne, een vollemaansgezicht en verhoogde vetafzetting in de rug ontstaan. Daarnaast wordt de kans verhoogd op het ontwikkelen van osteoporose (Osteoporose), hoge bloeddruk (Hoge bloeddruk (hypertensie)) en diabetes mellitus (Diabetes mellitus). Stop nooit plotseling met het gebruik van een corticosteroïd. Draag ook bij voorkeur een kaartje, armbandje of ketting bij u met de details over uw geneesmiddelen, zodat bij spoedeisende gevallen het medisch personeel kan zien wat u gebruikt.
Deze middelen kunnen worden gebruikt bij auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis wanneer corticosteroïden niet helpen. Ook worden ze toegepast om de bijwerkingen van corticosteroïden op lange termijn te vermijden. Sommige cytotoxische immunosuppressiva worden ingezet bij de behandeling van bepaalde vormen van kanker, zoals leukemie (Leukemie), of om te voorkomen dat het lichaam een donororgaan afstoot. De middelen onderdrukken het immuunsysteem en remmen in het beenmerg de groei van nieuwe witte bloedcellen.
Cytotoxische immunosuppressiva kunnen bijwerkingen hebben zoals misselijkheid, braken, diarree, haaruitval en onvruchtbaarheid. Ook kunnen ze er de oorzaak van zijn dat iemand gemakkelijk blauwe plekken oploopt of bloedingen zoals een bloedneus. Bij gebruik van een van deze middelen moet regelmatig het bloed worden onderzocht om de werking te controleren.
Ciclosporine en tacrolimus voorkomen een afstotingsreactie na een orgaantransplantatie. Het middel wordt ook ingezet bij immuunziekten, zoals reumatoïde artritis. Beide middelen blokkeren de werking van witte bloedcellen die bij de immuunreactie betrokken zijn.
Ze worden vaak vóór een transplantatie intraveneus toegediend, waarna de behandeling oraal wordt voortgezet. Ciclosporine en tacrolimus kunnen beide hoge bloeddruk en nierafwijkingen veroorzaken. Regelmatig bloedonderzoek is nodig om de nierfunctie te controleren. Verder kunnen ze moeheid veroorzaken, klachten van het maag-darmkanaal en overmatige haargroei.
Wie een immunosuppressivum gebruikt, moet direct de arts waarschuwen bij tekenen van ontsteking, zoals een zere keel of koorts, of bij ongewone blauwe plekken of wondjes.