Geneesmiddelen die de luchtwegen in de longen verwijden, zodat ze een bemoeilijkte ademhaling verlichten
- fenoterol
- formoterol
- salbutamol
- salmeterol
- terbutaline
Bronchusverwijdende middelen, die de luchtwegen in de longen wijder maken, zorgen ervoor dat de ademhaling vrijer wordt, dat kortademigheid en benauwdheid op de borst verdwijnt of minder wordt bij astma (Astma) en COPD (Chronisch obstructief longlijden (), een progressief verlopende ziekte die bij rokers voorkomt.
Veel bronchusverwijdende middelen worden toegediend in de vorm van een doseerspray. Dit is een pompje dat een gecontroleerde verneveling van het geneesmiddel afgeeft. Het wordt bij voorkeur gebruikt samen met een voorzetkamer, waarin een bepaalde hoeveelheid van het geneesmiddel wordt opgeslagen voordat het wordt geïnhaleerd. Hierdoor kan het middel veel effectiever worden geïnhaleerd. Er bestaan vele toedieningsvormen en de patiënt zal in overleg met zijn arts of de longverpleegkundige kiezen welke voor hem de beste is (zie Astmamedicijnen nemen, Astmamedicijnen nemen (zelfhulp)).
Niet alle bronchusverwijdende middelen zijn veilig te gebruiken bij zwangerschap. Overleg dit daarom bijtijds met uw arts.
Er zijn drie hoofdgroepen van bronchusverwijdende middelen: sympathicomimetica, anticholinergica en xanthinederivaten. De sympathicomimetica werken het snelst: via inhalatie hebben ze binnen enkele minuten effect. Bij ademnood, wanneer snel hulp nodig is, gebruikt men een sympathicomimeticum. Anticholinergica en xanthinederivaten werken langzamer (na 20 minuten).
De bronchusverwijdende middelen uit deze groep worden het meest gebruikt. Ze grijpen aan op de receptoren op het gladde-spierweefsel in de wanden van de ademwegen. Daar ontspannen ze het gladde-spierweefsel en verwijden zo de luchtwegen.
De middelen worden geïnhaleerd en zijn werkzaam binnen enkele minuten; het effect duurt ongeveer vier tot zes uur. Sommige sympathicomimetica werken ook preventief en hebben dan een langere werkingstijd: tien tot twaalf uur.
Sympathicomimetica worden meestal geïnhaleerd direct bij de eerste tekenen van een dreigend ademtekort, of ter voorkoming van symptomen, bijvoorbeeld voorafgaand aan sporten. Ze kunnen lichte bijwerkingen vertonen: agitatie, trillende vingers, slapeloosheid en een versnelde hartwerking.
Deze middelen worden meestal in combinatie met sympathicomimetica gegeven bij de behandeling van COPD (chronische obstructieve longaandoeningen). Anticholinergica hebben eenzelfde effect als sympathicomimetica: ze verminderen de luchtwegvernauwing die optreedt als gevolg van irritatie door ingeademde (stof)deeltjes in de lucht en hebben bovendien vaak een gunstig effect op het hoesten en op de slijmproductie bij de chronische bronchitispatiënt. De bijwerkingen zijn: droge mond, moeilijk plassen en wazig zien. In zeer zeldzame gevallen kunnen anticholinergica van acuut glaucoom opwekken (Acuut glaucoom).
Deze middelen worden langzaam opgenomen; ze worden nauwelijks meer gebruikt om nachtelijke aanvallen van astma te voorkomen. Na de introductie van langwerkende sympathicomimetica worden ze bijna niet meer voorgeschreven. Bij een zeer ernstige aanval van kortademigheid kunnen de middelen met een druppelinfuus in de ader worden toegediend. Als bijwerkingen zijn te vermelden: misselijkheid en hoofdpijn, bij te hoge doseringen ook een versnelde en onregelmatige hartwerking of zelfs epileptische insulten. Het middel wordt afgebroken in de lever, en vele andere geneesmiddelen kunnen de afbraak van het middel versnellen of juist vertragen. Daarom moeten er in dat geval bloedspiegels van het middel worden bepaald, om zo tot een juiste dosering te komen. Om deze redenen worden xanthinederivaten steeds minder vaak gebruikt.