Een overzicht van de kenmerken van het leven na een geslaagde behandeling van kanker
Bij sommige vormen van kanker is het genezingspercentage 90 tot 100 procent, bij andere minder dan 10 procent. Of kanker kan worden genezen hangt af van verschillende factoren, waaronder de leeftijd en algehele conditie van de patiënt, het type kanker en het stadium van de ziekte, en de effectiviteit van de behandeling (zie Kanker en behandeling). Men spreekt van volledige remissie wanneer alle symptomen van kanker verdwijnen en er in het lichaam geen sporen van kankercellen meer te vinden zijn. Als zich binnen vijf jaar geen nieuwe tekenen van kanker voordoen, is de kans groot dat de ziekte genezen is. Wanneer de symptomen terugkeren of bij controleonderzoek nieuwe gezwellen worden gevonden, spreekt men van een recidief.
Soms tast de behandeling het immuunsysteem aan. Radiotherapie en chemotherapie vergroten de kans dat zich in weefsel dat vroeger normaal was een nieuw type kanker ontwikkelt. Chemotherapie vergroot bijvoorbeeld de kans op leukemieën en kwaadaardige lymfomen.
De behandeling van kanker leidt vaak tot lichamelijke veranderingen die moeilijk te verwerken zijn. Bij borstkanker is het bijvoorbeeld mogelijk dat een of beide borsten moeten worden geamputeerd, terwijl de behandeling van hersentumoren de geestelijke vermogens kan aantasten.
Een van de belangrijkste emotionele problemen na de behandeling is de angst voor terugkeer van de ziekte. Soms treedt er een depressie op, als reactie op de lichamelijke veranderingen die zijn ontstaan door de behandeling (zie Depressie).
Ook als de ziekte in remissie is gegaan, kan het raadzaam zijn u geregeld door uw arts te laten controleren. Tot het controleonderzoek behoren bijvoorbeeld röntgenfoto’s, CT-scans, endoscopie en bloedonderzoek (zie Tumormarkeronderzoek). Een recidief dat in een vroeg stadium wordt ontdekt, is vaak goed te behandelen.
Het is verstandig u zo veel mogelijk te houden aan het door de arts voorgestelde controleschema. Het doel is een eventueel recidief zo vroeg mogelijk op te sporen om het met succes te kunnen behandelen.
Als u bent genezen, hebt u er misschien behoefte aan de kwaliteit van uw leven te verbeteren door uw prioriteiten te verleggen. Veel mensen die kanker hebben gehad, besluiten van baan te veranderen om tijd te maken voor dingen die ze altijd al hadden willen doen of om meer tijd aan hun gezin te kunnen besteden. Verder kunt u zich aansluiten bij een zelfhulporganisatie (meestal geleid door vroegere kankerpatiënten), om andere patiënten en hun familieleden steun en advies te bieden.
Als u nog geen vijftig bent op het moment dat u kanker krijgt, kan de ziekte een erfelijke oorzaak hebben. Als dit het geval is, hebben andere familieleden een verhoogd risico dezelfde vorm van kanker te krijgen. Ongeveer 10 procent van de gevallen van kanker van de dikke darm, borstkanker, eierstokkanker en prostaatkanker heeft een genetische, erfelijke oorzaak. Wanneer in uw familie het aantal gevallen van een bepaald soort kanker hoger is dan gemiddeld, is het belangrijk dat u en uw familieleden zich geregeld (vaak hoeft dit maar eenmalig) op deze vorm van kanker laten onderzoeken. Dit gebeurt door een klinisch genetisch centrum.
- Leeftijd
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Geslacht
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Erfelijkheid
- Risicofactoren afhankelijk van het type
- Leefwijze
- Risicofactoren afhankelijk van het type