Een stevige, gladde woekering van littekenweefsel na verwonding van de huid
Een keloïd is een jeukende, stevige, onregelmatig gevormde woekering van littekenweefsel. Keloïden zijn glanzend en glad; op lichte huid zijn ze roze, op donkere huid bruin. Meestal ontstaan ze op de plaats van een verwonding, doordat een defect in het genezingsproces tot een overproductie van het eiwit collageen leidt. Bij een keloïd gebeurt hetzelfde als bij een hypertrofisch litteken (een litteken dat dikker en roder wordt na een verwonding), alleen dan nog wat heviger. Het litteken breidt zich ook uit buiten het gebied van de oorspronkelijke huidbeschadiging.
Als u hier aanleg voor hebt, kunt u keloïden krijgen na elke huidbeschadiging (snij- of brandwondje, ontsteking bij acne, insectenbeet, tatoeage, prikken van gaatjes voor sieraden, operatieve ingreep, enzovoort). Ze ontstaan zelden spontaan. Ze kunnen op vrijwel elk lichaamsdeel ontstaan, maar meestal op borst, schouders, nek en oorlelletjes (ontstaan na het maken van gaatjes). Bij mensen met een gepigmenteerde huid komen keloïdlittekens vaker voor dan bij mensen met een blanke huid. Ze zijn ongevaarlijk.
Een keloïd is niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van een hypertrofisch litteken. Het belangrijkste verschil is, zoals gezegd, dat het hypertrofisch litteken zich niet uitbreidt buiten het gebied van de oorspronkelijke huidbeschadiging. Een keloïd doet dat wel.
Hypertrofische littekens en keloïden bij brandwonden worden gewoonlijk behandeld met druk. Voor deze druk kan op diverse manieren worden gezorgd. Met elastische verbanden (tubigrip) in afwachting dat de wonden dichtgaan en vervolgens het dragen van op maat gemaakte drukkleding, waardoor de druk optimaal en gelijkmatig op alle littekens wordt uitgeoefend. Die drukkleding moet 24 uur per dag worden gedragen, zodra de wonden geheeld zijn totdat de littekens volledig uitgerijpt zijn, wat meestal 15 à 18 maanden duurt. Bij een enkel keloïd op de borst, in de nek of op het oor lukt deze behandeling niet. In plaats daarvan kan de arts in het littekenweefsel corticosteroïden injecteren. Dat levert echter niet altijd het gewenste resultaat op. En als het keloïd hierop reageert kan het toch vrij lang (meer dan een jaar) duren voordat het verdwijnt. Opereren en laserbehandeling hebben meestal geen of soms zelfs een averechts effect, omdat in het nieuwe littekenweefsel weer nieuwe keloïden ontstaan.
- Erfelijkheid
- Soms familiair; vooral mensen van Afrikaanse herkomst
- Leeftijd
- Geen factoren van betekenis
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Geen factoren van betekenis