Bij een levertransplantatie wordt een gezonde lever, meestal van een kort daarvoor overleden donor, overgeplaatst in iemand met een leverziekte. Soms wordt een deel van de lever afgestaan door een levend familielid. Donor en ontvanger moeten dezelfde bloedgroep hebben. Na de transplantatie moet men nog enkele weken in het ziekenhuis verblijven. Bij negen van de tien kinderen en zeven van de tien volwassenen is de procedure succesvol. Als de transplantatie mislukt, zijn nieuwe pogingen mogelijk.
- De procedure
- De lever, galblaas en delen van de daarmee verbonden bloedvaten en galkanalen worden weggehaald. Dan worden de organen en vaten van de donor met die van de ontvanger verbonden.

- Getransplanteerde galblaas
- Getransplanteerde lever
- Aorta van de ontvanger
- Galbuis
- Bloedvaten van de donor
- Bloedvaten van de ontvanger
- Plaats van de incisie