Malocclusie

Medische encyclopedie

Onvoldoende contact tussen boven- en ondertanden

In het ideale geval moet het bovengebit iets uitsteken ten opzichte van het ondergebit, de ideale occlusie. Maar een perfect gebit is zeldzaam en bij de meeste mensen staan wel een of meer elementen niet precies op hun plaats. Dergelijke afwijkingen vormen gewoonlijk geen probleem, behalve als men lijdt onder het uiterlijk of als bijten en kauwen niet goed mogelijk zijn.

Een malocclusie kan voorkomen als de elementen scheef staan, omdat de kaak vol is en ze elkaar overlappen of als de boventanden te ver uitsteken ten opzichte van de ondertanden, de ‘overbeet’. Ook komt het wel voor dat de ondertanden voor de boventanden uitsteken, de ‘onderbeet’. Soms zijn de kiezen er de oorzaak van dat de tanden elkaar niet overlappen. Dit wordt een ‘open beet’ genoemd.

De oorzaken

Een malocclusie komt vaak in families voor en ontwikkelt zich in de jeugd bij de groei van kaak en gebit. De aandoening wordt gewoonlijk veroorzaakt door een discrepantie tussen het aantal en de afmetingen van de elementen en de groei van de kaken. Overbeet komt ook voor bij kinderen die na hun zesde jaar nog veel duimzuigen.

Als melktanden vroeg (voor het tiende jaar)verdwijnen door tandbederf (zie Cariës), kunnen de blijvende kiezen die al in de kaak aanwezig zijn, naar voren schuiven om de opengevallen plekken in te nemen. Voor de nieuwe tanden is dan geen plaats meer en ze komen niet meer in een rechte rij te staan.

De symptomen

De symptomen ontwikkelen zich geleidelijk vanaf het zesde jaar, en kunnen zijn:

  • onregelmatige, elkaar overlappende of ver uit elkaar staande tanden;
  • ver naar voren staande boventanden t.o.v. de ondertanden of een ver naar voren staande onderkaak;
  • voortanden die niet tegen elkaar staan.

Sommige kinderen hebben deze symptomen in lichte mate, maar dit is vaak tijdelijk en wordt veroorzaakt door een groeispurt.

Spraak en kauwen worden in ernstige gevallen door malocclusie beïnvloed. Een abnormale beet kan pijnlijk zijn en kan het uiterlijk negatief beïnvloeden, met name het profiel van de onderkaak. In het kaakgewricht kan zich in zeldzame gevallen artritis ontwikkelen (zie Kaakgewrichtsaandoening, Kaakgewrichtsaandoening).

De diagnose

De tandarts kijkt bij zijn controle (Tandartscontrole (test)) ook naar de occlusie. Indien deze slecht is, kan een specialistische tandarts, de orthodontist, afgietsels maken om de beet in detail te bestuderen. Ook zal hij of zij röntgenfoto’s maken, vooral als nog niet alle elementen zijn doorgebroken.

De behandeling

Behandeling is gewoonlijk alleen nodig als de afwijking problemen geeft bij het praten of eten, of het uiterlijk er ernstig onder lijdt. Als de elementen elkaar in de weg zitten, kunnen er een of meer worden getrokken. Onregelmatig gevormde tanden kunnen worden bijgewerkt. De elementen kunnen op hun plaats worden gedwongen met een beugel (zie boven).

Malocclusie kan het beste in de kindertijd worden behandeld, als het gebit en de kaak nog in de groei zijn. Maar als de malocclusie veroorzaakt wordt door een grote afwijking in de afmetingen van gebitselementen en kaak, kan opereren noodzakelijk zijn en kan de behandeling worden uitgesteld tot op latere leeftijd.

Risicofactoren

Leeftijd
Komt het meest voor tussen 6 en 14 jaar
Slechte mondhygiëne en duimzuigen na 6 jaar zijn risicofactoren
Geen factor van betekenis
Erfelijkheid
Doet zich vaak in families voor
Leefwijze
Slechte mondhygiëne en duimzuigen na 6 jaar zijn risicofactoren
Geslacht
Geen factor van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.