Tegenwoordig bipolaire stemmingsstoornis genoemd; een stoornis waarbij de stemming sterk wisselt: grote hoogten en diepe dalen
Bij deze aandoening worden perioden van abnormaal hoge activiteit en uitgelaten stemming (manie) afgewisseld door perioden van somberheid en sterk verminderde energie (depressie). Vandaar dat de stoornis ook wel een bipolaire stemmingsstoornis wordt genoemd. De stoornis komt in meerdere of mindere mate bij meer dan 1 procent van de bevolking voor. Meer dan de helft van de mensen met de stoornis heeft terugkerende episoden.
De aanleiding voor de manie of de depressie is meestal niet bekend, hoewel een belangrijke gebeurtenis, zoals een scheiding of een sterfgeval, ook een dergelijke reactie kan opwekken. De stoornis ontwikkelt zich meestal als iemand begin twintig is en komt in sommige families meer voor. Hoe het precies wordt overgeërfd, is niet bekend.
De perioden van manie en depressie wisselen elkaar af en zijn onvoorspelbaar van duur met tussendoor perioden waarin de stemming normaal is. Hoewel een manische fase direct door een depressie kan worden gevolgd, domineert soms een van beide zodanig dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn voor een patroon van stemmingswisselingen. Soms zijn symptomen van manie en depressie tegelijk in een periode aanwezig (‘gemengde episode’). Tijdens de manische periode kunnen de volgende symptomen aanwezig zijn:
- Verhoogde, uitgelaten of soms een snel geïrriteerde stemming;
- Verhoogd gevoel van eigenwaarde, die tot grootheidswanen kan leiden van rijkdom, prestaties, creativiteit of macht;
- Toegenomen energie en verminderde slaapbehoefte;
- Snel afgeleid zijn en een slechte concentratie;
- Ontremd sociaal gedrag;
- Ontremd seksueel gedrag;
- Grote hoeveelheden geld uitgeven aan luxe dingen en vakanties.
Het gesprek met de patiënt kan moeilijk te volgen zijn doordat deze neigt tot snel spreken en van de hak op de tak springt. Soms is het gedrag agressief of gewelddadig en worden eten en lichamelijke verzorging verwaarloosd.
Tijdens een periode van depressie kunnen de belangrijkste symptomen zijn:
- Sterke somberheid;
- Vrijwel nergens interesse of plezier in hebben;
- Verminderde energie;
- Gevoel van minderwaardigheid;
- Gevoel dat het nooit iets was, niets is, of nooit meer iets zal worden.
Tijdens een ernstige depressie kan het de patiënt vaak niets meer schelen of hij leeft of dood is. Tien procent van de mensen met een bipolaire stoornis doet een zelfmoordpoging (zie Zelfmoordpoging of zelfmoord, Zelfmoordpoging of zelfmoord).
In zeer ernstige gevallen kunnen grootheidswanen optreden, die worden verergerd door hallucinaties, bijvoorbeeld prijzende stemmen horen die er niet zijn. In de depressieve periode kunnen deze stemmen zijn falen en onvolkomenheden beschrijven. In dergelijke gevallen kan de stoornis worden verward met schizofrenie.
- Toegenomen hersenactiviteit bij een bipolaire stemmingsstoornis
- Op deze PET-scans is te zien dat de hersenactiviteit bij een bipolaire stemmingsstoornis in de manische periode verhoogd is.

- Hersenen in normale periodes
- Hersenen in de manische fase
Tijdens een manische fase heeft de patiënt vaak geen inzicht in zijn toestand en beseft niet dat hij/zij erg ziek is. Een familielid of vriend(in)ziet vaak vreemd extreem gedrag en roept dan hulp in. De diagnose wordt gebaseerd op de aanwezigheid van een heel scala van symptomen en de behandeling hangt af van de fase waarin de patiënt verkeert. In de depressieve periode worden antidepressiva gegeven, maar er moet goed op worden gelet dat deze geen manische periode opwekken. In de eerste dagen of weken van een manische periode kan de arts antipsychotica geven.
Sommige mensen met een ernstige manie of depressie moeten voor hun eigen veiligheid en behandeling worden opgenomen. In de manische fase kunnen ze weigerachtig zijn om langdurig medicijnen te nemen, omdat ze voelen dat ze daar vlak van worden.
De meeste mensen herstellen goed, maar vaak begint de stoornis opnieuw. Om die reden worden in het begin van de behandeling de medicijnen omgezet naar lithium of wordt lithium toegevoegd (Stemmingsstabilisatoren). Bepaalde moderne antipsychotica kunnen ook goed werken (Antipsychotica). Als deze niet werken, kunnen andere middelen zoals bepaalde anticonvulsiva worden gegeven. In ernstige gevallen, waarbij medicijnen geen effect hebben, kan elektroconvulsieve therapie (ECT of elektroshocktherapie) worden toegepast om de symptomen te verminderen door het induceren van een epileptisch insult (een toeval)onder algehele narcose.
Als de symptomen onder controle zijn, moet de patiënt regelmatig en vaak levenslang onder controle blijven bij een psychiater. Er kan Psychoanalytische psychotherapie worden gegeven om de patiënt met de aandoening te leren omgaan en de stressfactoren die aan de stoornis bijdragen te verminderen.
- Leeftijd
- Ontwikkelt zich meestal tussen 20 en 25 jaar
- Geen factor van betekenis
- Geen factor van betekenis
- Erfelijkheid
- Komt in sommige families meer voor
- Geslacht
- Geen factor van betekenis
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis