Geneesmiddelen voor de hersenen die bewusteloosheid veroorzaakt ten behoeve van een chirurgische operatie
- esketamine/ketonest-S
- etomidaat
- propofol
- thiopental
- desfluraan
- isofluraan
- sevofluraan
- lachgas
Middelen voor algehele narcose geven bewusteloosheid en houden deze in stand, waardoor iemand die een operatie ondergaat tijdelijk niets voelt (zie Algehele anesthesie (narcose), Algehele anesthesie (procedure)). Deze middelen dringen snel door tot de hersenen en veroorzaken bewusteloosheid door daar de overdracht van zenuwimpulsen te verminderen.
Middelen voor algehele narcose worden met behulp van een injectienaald in een ader of door inhalatie toegediend. Vaak wordt tegelijk een spierverslapper geïnjecteerd waardoor alle spieren in het lichaam zich ontspannen, inclusief die van de ademhaling en de keel. Daarom moet de ademhaling kunstmatig worden ondersteund en worden de vitale functies van het lichaam zorgvuldig bewaakt tijdens de narcose.
In eerste instantie wordt een daarvoor geschikt middel, zoals etomidaat of propofol, geïnjecteerd om de anesthesie tot stand te brengen. Dat middel werkt vervolgens echter maar enkele minuten. Daarom worden gewoonlijk middelen voor inhalatie continu toegediend tijdens de operatie. Vaak wordt gewerkt met een combinatie van verschillende middelen zodat van elk slechts een kleine dosis nodig is. Op die manier is de kans op bijwerkingen van enig middel het kleinst.
De frequentst voorkomende bijwerkingen na het bijkomen van een algehele narcose zijn misselijkheid en moeheid. De chirurg of anesthesioloog zal altijd aan de patiënt vragen of bij een eerdere narcose problemen zijn opgetreden, omdat zich bepaalde allergieën kunnen ontwikkelen voor narcosestoffen.
Bepaalde andere middelen, zoals die tegen hoge bloeddruk, kunnen een interactie aangaan met de anesthesiologische middelen. Informeer de anesthesioloog daarom altijd over alle gebruikte middelen, of het nu om voorgeschreven, vrij verkrijgbare of genotsmiddelen gaat.