Voortschrijdende ziekte van zenuwen in hersenen en ruggenmerg die spierzwakte en problemen met de zintuigen veroorzaakt
Multipele sclerose (MS) is de meest voorkomende aandoening van het zenuwstelsel bij jongvolwassenen. Bij deze ziekte raken de zenuwen van de hersenen en het ruggenmerg steeds verder beschadigd, wat een scala van verschijnselen veroorzaakt. Het betreft de zintuigen, beweging, lichaamsfuncties en het evenwicht.
Ieder getroffen deel van het zenuwstelsel veroorzaakt zijn eigen specifieke verschijnselen; ze variëren per individu in ernst. Schade aan de oogzenuwen kan wazig zien veroorzaken. Als zenuwen in het ruggenmerg zijn aangedaan, kan dat spierzwakte in armen of benen veroorzaken. Beschadiging van de hersenstam tast het evenwichtsgevoel aan en kan leiden tot dubbelzien.
Bij veel mensen met multipele sclerose verschijnen de symptomen met tussenpozen en kunnen ze worden gevolgd door lange perioden van verbetering. Sommige mensen hebben echter chronische, progressieve symptomen – symptomen die steeds erger worden.
Jaarlijks krijgen in Nederland drie- à vierhonderd mensen multipele sclerose. Mensen met een naaste verwant met de aandoening MS hebben een grotere kans om de ziekte ook te krijgen. De aandoening komt in streken met een gematigd klimaat meer voor dan in warme landen, wat erop wijst dat omgevingsfactoren een rol spelen. De aandoening komt meer voor bij vrouwen en ontwikkelt zich vooral tussen de adolescentie en de middelbare leeftijd.
Multipele sclerose is een auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem het weefsel van het zenuwstelsel aanvalt. Veel zenuwvezels in hersenen en ruggenmerg zijn omhuld door een isolerende en beschermende schede van myeline. Bij multipele sclerose zijn er ontstekingsreacties waardoor er beschadigingen van de myelineschede ontstaan, demyelinisatie genoemd. Hierdoor worden impulsen niet goed door de zenuwvezels geleid.
Mogelijk bestaat er een bepaalde aanleg voor MS, waarbij de ziekte kan worden uitgelokt door externe factoren, zoals een virusinfectie in de kindertijd.
Er zijn twee typen MS. De meest voorkomende vorm is het relapsing-remitting-type, waarbij de symptomen dagen of weken duren en vervolgens maanden of jaren wegblijven. Sommige symptomen kunnen echter ook tussen de aanvallen blijven bestaan.
Ongeveer 30 procent van de mensen met multipele sclerose heeft het type dat geleidelijk erger wordt en geen goede perioden (remissies) kent. Het eerste type kan in het tweede, langzaam voortschrijdende type overgaan.
De symptomen kunnen in de eerste fase afzonderlijk optreden en later ook gezamenlijk. Hiertoe behoren:
- wazig zien of plotselinge blindheid op een oog;
- gevoelloosheid of tinteling in enig deel van het lichaam;
- vermoeidheid die blijvend kan zijn;
- spierzwakte en een zwaar gevoel in benen of armen;
- problemen met coördinatie en evenwicht, zoals een onzekere gang;
- onduidelijke spraak.
Stress en warmte maken de symptomen vaak erger. Ongeveer de helft van de mensen met MS kan zich moeilijk concentreren en heeft lacunes in het geheugen. Depressiviteit komt veel voor als de ziekte voortgeschreden is. Later kan spierzwakte samengaan met pijnlijke spierkrampen. Zenuwbeschadiging kan ook tot urine-incontinentie of impotentie leiden. Uiteindelijk kan gedeeltelijke verlamming ontstaan en kan de patiënt een rolstoel nodig hebben. Dit komt vaak voor, maar is zeker niet bij iedere MS-patiënt het geval.
- Multipele sclerose
- Op deze MRI van de hersenen van iemand met multipele sclerose is weefsel te zien waarin de myelinescheden van de zenuwvezels zijn vernietigd.

- Normaal weefsel
- Beschadigd hersenweefsel
Er zijn geen specifieke tests voor multipele sclerose. Doordat de symptomen van de aandoening sterk variëren, kan alleen een diagnose worden gesteld door andere mogelijkheden uit te sluiten. De diagnose wordt pas zeker als er meer dan één laesie is op meer dan één plaats, ontstaan met een tussenpoos van tenminste een maand.
De huisarts zal u vragen stellen en een lichamelijk onderzoek doen. Denkt hij dat het mogelijk om MS gaat, dan zal hij u naar de neuroloog verwijzen. Plotseling wazig zien met één oog komt nogal eens voor in het begin van de ziekte (zie Oogzenuwontsteking, Optische neuritis). Mogelijk verwijst hij u daarvoor naar de oogarts.
De neuroloog kan laten onderzoeken hoe snel uw hersenen impulsen ontvangen als bepaalde zenuwen worden geprikkeld. Meestal zal een MRI
worden gemaakt om te onderzoeken of er gedemyeliniseerde gebieden zijn. Er kan wat ruggenmergvocht worden afgenomen via een ruggenprik (Ruggenprik (lumbaalpunctie) (onderzoek)). Bepaalde afwijkingen daarin kunnen de diagnose ondersteunen.
Er is geen behandeling voor multipele sclerose, maar bij het type met opflakkeringen kan interferon (Interferonen) de remissieperioden verlengen en de duur van de aanvallen verkorten. De arts kan via een infuus corticosteroïden toedienen om de duur van de terugvallen te verkorten.
Voor chronisch progressieve multipele sclerose is tot nog toe geen specifieke behandeling gevonden.
Veel van de symptomen die bij beide typen voorkomen, kunnen met medicijnen worden verlicht. Spierkrampen worden behandeld met spierverslappende middelen (Spierrelaxantia), en ook incontinentie kan vaak met medicijnen worden behandeld (Geneesmiddelen die de werking van de blaas reguleren), evenals problemen met het krijgen van een erectie.
Als u problemen met bewegen hebt, kan fysiotherapie (Revalidatiegeneeskundige behandeling) soms bijdragen. Ergotherapie (De diverse therapeuten) kan helpen bij de dagelijkse bezigheden.
Als u multipele sclerose hebt, zullen u en uw familie tijd en mogelijk gesprekstherapie (Counseling) nodig hebben om u met de ziekte te verzoenen. Minimaliseer stress in uw leven en mijd een warme omgeving als warmte de symptomen erger maakt. Op geregelde tijden aan rustige lichaamsbeweging doen, zoals zwemmen, houdt de spieren sterk zonder tot overbelasting te leiden.
De mate waarin en de snelheid waarmee multipele sclerose verergert, kan sterk wisselen. Ongeveer 70 procent van de MS-patiënten leidt een actief leven met lange perioden van herstel tussen de aanvallen. Sommigen raken echter steeds verder gehandicapt.
De helft van de MS-patiënten leidt tien jaar na de diagnose, zij het met beperkingen zoals snel moe zijn, nog steeds een actief leven. De gemiddelde levensduur na het stellen van de diagnose is vijfentwintig tot dertig jaar.
- Leeftijd
- Ontwikkelt zich meestal tussen 20 en 40 jaar
- Komt in sommige families meer voor
- Stress en warmte kunnen de symptomen verergeren
- Geslacht
- Komt meer voor bij vrouwen
- Erfelijkheid
- Komt in sommige families meer voor
- Leefwijze
- Stress en warmte kunnen de symptomen verergeren