Een kwaadaardige tumor afkomstig van zenuwweefsel, vaak in de bijnier
Neuroblastomen komen zelden voor, maar zijn toch de meest voorkomende kwaadaardige tumoren bij kinderen jonger dan een jaar. Ze komen iets vaker voor bij jongens. De meeste tumoren zijn afkomstig van zenuwweefsel dat zich niet verder heeft ontwikkeld dan het embryonale stadium. Neuroblastomen kunnen zich in de buik voordoen, of, minder vaak, in de borst- of bekkenholte en zich vandaar uitzaaien. Een derde van alle gevallen zit in de bijnieren, boven de nieren. De oorzaak is niet bekend, hoewel men denkt dat er een erfelijke factor meespeelt.
De symptomen van een neuroblastoom kunnen bij de geboorte al aanwezig zijn of zich in de loop van de kinderjaren geleidelijk ontwikkelen. Deze kunnen zijn:
- een zwelling in de buik;
- pijnloze, blauwige bulten op de huid;
- vermoeidheid;
- ‘dansende’ oogbewegingen.
Als een neuroblastoom zich door het lichaam uitzaait, kunnen er andere klachten optreden, zoals pijn in de botten of, als de lymfklieren aangetast zijn, zwellingen in de hals of oksels. Als de kanker naar het beenmerg uitzaait, kan bloedarmoede (Anemie) optreden.
Als de arts denkt dat het kind een neuroblastoom heeft, zal de urine worden onderzocht op stoffen die op de aanwezigheid van een tumor wijzen. De diagnose wordt bevestigd aan de hand van een biopsie, waarbij weefsel voor onderzoek wordt weggenomen. Een MRI of een radionuclidescan kan uitwijzen of er uitzaaiingen zijn. Door wat beenmerg weg te nemen en te onderzoeken kan men zien of de kanker naar de botten is uitgezaaid. Zo mogelijk wordt de tumor operatief verwijderd. Ook chemotherapie en bestraling kunnen nodig zijn.
Als de tumor niet is uitgezaaid, zijn ongeveer negen van de tien kinderen er vijf jaar na de operatie goed aan toe. Is de tumor wel uitgezaaid, dan is de prognose slecht: slechts twee van de tien kinderen leeft een jaar na de diagnose nog. Bij baby’s jonger dan een jaar verdwijnen neuroblastomen soms vanzelf.
- Leeftijd
- Komt vooral voor bij kinderen jonger dan 5 jaar
- Kan te wijten zijn aan een afwijkend gen
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Komt iets vaker voor bij jongens
- Erfelijkheid
- Kan te wijten zijn aan een afwijkend gen
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis