Obsessief compulsieve stoornis
Zich opdringende gedachten die meestal worden begeleid door een onweerstaanbare drang om bepaalde dingen te doen of rituelen uit te voeren om angst te verminderen
Iemand met een obsessieve compulsieve stoornis (dwangneurose) wordt gedomineerd door herhaalde ongewenste gedachten. Deze gaan vaak vergezeld van een dwangmatig ritueel, waarbij gedrag of een handeling die zich steeds herhaalt, zoals controleren of de sleutels nog in de zak zitten. De patiënt wil dit niet, maar voelt zich ertoe gedreven. De gedachten kunnen zorgen over de hygiëne, persoonlijke veiligheid of de veiligheid van iemands eigendommen zijn. Er kunnen ook gewelddadige of obscene gedachten opkomen die geheel niet bij die persoon passen. Voorbeelden van dwanghandelingen zijn handen wassen, kijken of ramen en deuren gesloten zijn en voorwerpen op tafel in een patroon rangschikken. Uitvoering van het ritueel brengt kortdurende opluchting, maar in ernstige gevallen wordt het honderden keren per dag uitgevoerd en verstoort het sociale leven.
Het aantal patiënten is moeilijk te bepalen, maar men schat dat in Nederland ongeveer 1,5 procent van de volwassenen er in meerdere of mindere mate gedurende het leven enige tijd last van heeft (gehad). De aandoening komt in sommige families meer voor. Een obsessieve compulsieve persoonlijkheid (zie Persoonlijkheidsstoornissen, Persoonlijkheidsstoornissen) kan de kans op de aandoening vergroten. Stressvolle gebeurtenissen kunnen de stoornissen in gang zetten.
- Effect van dwangmatig handen wassen
- Herhaaldelijk handen wassen bij een obsessieve compulsieve stoornis heeft de huid ruw en schilferig gemaakt.
Een dwanggedachte of een dwanghandeling kan zich op elk voorwerp, elke gebeurtenis of voorstelling richten. Tot de meest voorkomende symptomen behoren:
- Opdringerige, irrationele gedachten;
- Herhaalde pogingen zich tegen gedachten te verzetten;
- Herhalingsgedrag.
De patiënt is zich er meestal van bewust dat zijn gedrag irrationeel is, maar kan er niets tegen doen.
De arts zal wellicht de diagnose aan de hand van de symptomen kunnen stellen. Om u te confronteren met uw dwanghandelingen om rituelen uit te oefenen kan de dokter een behandeling met een vorm van psychotherapie voorstellen, zoals gedragstherapie (Gedragstherapie). Hij kan antidepressiva voorschrijven, want medicijnen gecombineerd met psychotherapie bieden de meeste kans op succes. In het begin kan gedragstherapie de angst en dwanghandelingen erger maken, maar in de loop der tijd zult u uw dwang leren beheersen.
Wellicht kunt u de steun van een familielid of vriend gebruiken. U moet ook de stressfactoren vinden die tot de aandoening bijdragen en daar iets aan doen. Veel mensen hebben baat bij een zelfhulpgroep.
Bij meer dan 90 procent treedt binnen een jaar verbetering op. Bij anderen die al een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis hebben, kan de aandoening chronisch worden en variëren in ernst.
- Leeftijd
- Ontwikkelt zich meestal in de adolescentie
- Stress kan een rol spelen
- Geen factor van betekenis
- Erfelijkheid
- Komt in sommige families meer voor
- Leefwijze
- Stress kan een rol spelen
- Geslacht
- Geen factor van betekenis