Oogleden en tranen werken samen om het oog te beschermen. De oogleden fungeren als luiken die zich sluiten om te voorkomen dat voorwerpen in de ogen komen. Tranen houden het oogoppervlak vochtig en voorkomen infecties. Aandoeningen kunnen het oog beschadigen, maar de meeste zijn bij tijdige herkenning goed behandelbaar.
Het bovenste en onderste ooglid bieden de ogen essentiële bescherming. Als er iets snel op de ogen of het gezicht afkomt, sluiten de oogleden zich in een reflex bijna ogenblikkelijk. Bovendien heeft elk ooglid twee of drie rijen wimpers, die helpen voorkomen dat kleine deeltjes het oog binnendringen.
Ook tranen dragen veel bij tot de bescherming van het oog. Ze bestaan uit een zilte vloeistof die wordt aangemaakt door de traanklieren, die onder de bovenste oogleden liggen. Tranen bevochtigen het blootgestelde oppervlak van de ogen en spoelen mogelijk schadelijke materialen, zoals stof en chemicaliën, weg. Tranen bevatten ook een natuurlijk ontsmettingsmiddel, dat de ogen beschermt tegen infecties.
De eerste artikelen in dit hoofdstuk behandelen aandoeningen aan de oogleden. Hiertoe behoren ooglidontstekingen en aandoeningen die de vorm van de oogleden aantasten. Vervolgens worden de aandoeningen besproken van de traanwegen, zoals verstopping van de traankanalen en problemen met traanproductie.
Aandoeningen die de fysieke structuur van het oog zelf aantasten, worden elders besproken (zie Oogaandoeningen).

- Traanklier
- Traankanaaltje
- Nasolacrimale buis
- Traanzak
Zie Ogen en gezichtsvermogen voor meer informatie over bouw en functie van het oog.