Hardnekkige open wond, meestal op het onderbeen, ook wel ulcus cruris genoemd
Een open been (ulcus cruris) is een wond aan het onderbeen, die niet vanzelf wil genezen. Dat komt door een circulatiestoornis in de bloedvaten. Wanneer de huid beschadigd wordt, door krabben of spontaan, ontstaat een niet-genezende wond die overgaat in een zweer. De zweer is een grote, oppervlakkige, rauwe wond in de huid, die vaak met een geelbruin beslag of een korst is bedekt. Aan de randen van de zweer is de huid vaak opgezet. De zweren genezen slecht, zijn pijnlijk en komen vooral voor bij oudere mensen met circulatiestoornissen en weinig beweging. Voordat de wond ontstaat, zijn er meestal al langdurig afwijkingen in het been aanwezig, zoals vochtophopingen om de enkels (oedeem), spataderen en bruine verkleuringen.
In negen van de tien gevallen berust de oorzaak op slechte doorstroming van de afvoerende aders. In de aderen zijn kleppen aanwezig die het terugstromen van het bloed naar de voeten verhinderen. Als deze kleppen niet meer goed sluiten, stroomt het bloed gemakkelijk terug, zodat de druk in de aderen en haarvaatjes toeneemt. Dat komt nogal eens voor in combinatie met spataderen. Een vroeger doorgemaakte verstopping van de aderen (trombose) vormt een belangrijke oorzaak van het niet meer goed sluiten van de kleppen. Een trombose in het verleden hoeft overigens niet altijd opgemerkt te zijn omdat sommige trombosebenen zonder veel klachten verlopen. Als de kleppen eenmaal kapot zijn, kunnen ze niet meer worden hersteld. Door de slechte bloedafvoer en opeenhoping van bloed (stuwing) ontstaat er oedeem (vochtophoping) in de huid, waardoor die na verloop van tijd niet goed meer wordt doorbloed. De huid wordt kwetsbaarder en er ontstaat gemakkelijk een open been. De zweren ontstaan meestal vlak boven de enkel, omringd door paarsbruine, schilferige huid.
Een open been kan ook ontstaan doordat de aanvoer in de slagaders tekortschiet. Deze arteriële zweer wordt meestal veroorzaakt door een vernauwing in de vaten door atherosclerose. De vernauwingen zorgen ervoor dat in de huid een tekort aan zuurstof en voedingsmiddelen ontstaat, waardoor die verkleurt en soms zelfs afsterft. Hierbij treedt geen oedeem op. Mensen met diabetes mellitus en sikkelcelziekte zijn extra gevoelig voor de zweren, die vaak optreden op de voorvoet of de tenen en omringd worden door een bleke, dunne huid.
De wonden kunnen geïnfecteerd raken, waarna de infectie zich naar de omliggende huid kan uitbreiden en cellulitis of zelfs wondroos kan veroorzaken.
Een moe, zwaar gevoel in de benen is vaak het eerste verschijnsel van een afvoerstoornis van de bloedvaten. In de loop van de dag worden de enkels dikker door vochtophoping (oedeem). Na verloop van tijd worden uitgezette adertjes en spataderen zichtbaar. Er kunnen bruine verkleuringen en eczeemplekken ontstaan. Ook kunnen onderhuidse verhardingen optreden. Uiteindelijk ontstaat er een wond: een open been. Het geheel wordt ook wel aangeduid met chronische veneuze insufficiëntie (onvoldoende functioneren van de aderen). De wond zelf is meestal niet pijnlijk, maar kan wel stinken en veel vocht produceren, waardoor men niet overal kan gaan en staan waar men wil. De wond bevindt zich meestal rond of vlak boven de binnenkant van de enkel.
Er wordt nagegaan welke vaatafwijking de oorzaak is van het open been. Het voelen kloppen van de beenslagaderen of het meten van de bloeddruk daarin is voldoende om een aanvoerstoornis in het slagadersysteem uit te sluiten. Een open been op basis van een afvoerstoornis in het adersysteem is in de regel gemakkelijk te herkennen. Aanvullend onderzoek is nodig om te beoordelen of behandeling van spataderen zinvol is. Daarvoor wordt gewoonlijk een duplexonderzoek verricht. Met een duplexapparaat wordt de bloedstroom zichtbaar en hoorbaar gemaakt en wordt de richting van de bloedstroom vastgesteld. Bij goed sluitende kleppen is de stroomrichting alleen van de voet naar het hart. Bij niet goed sluitende kleppen is er ook een omgekeerde stroomrichting. Met de duplex wordt onderzocht hoeveel bloed terugstroomt en over welke lengte van de ader dat gebeurt.
Het belangrijkste doel van de behandeling van het open been is de bloedafvoer vanuit het been naar het hart te bevorderen. Dit kan worden bereikt door het aanleggen van speciale drukverbanden. Het verband moet een stevige druk op het been uitoefenen en wordt vanaf de voorvoet tot aan de knie aangelegd. Het verbandmateriaal is bij voorkeur weinig rekbaar omdat dit meer effect heeft dan elastisch materiaal. De totale duur van de verbandbehandeling varieert van enkele weken tot vele maanden. De wond zelf moet geregeld schoongemaakt en verbonden worden.
Als het niet lukt de zweer dicht te krijgen, kan worden geprobeerd de wond te sluiten met een stukje huid van een andere plaats (huidtransplantatie). Ook na transplantatie is soms enkele dagen bedrust nodig. Daarna wordt de behandeling met een drukverband weer voortgezet, waarbij men zo veel mogelijk moet lopen.
Als spataderen de belangrijkste oorzaak van de afvloedstoornis zijn, is het meest zinvol deze te behandelen. Dit leidt tot snellere genezing van het open been en kan nieuwe wonden voorkomen.
Als de wond eenmaal is genezen, is het belangrijk dat u steunkousen blijft dragen. Het elastiek slijt zodat de druk na verloop van tijd onvoldoende wordt. Het been wordt dan dikker en er kan weer een nieuwe wond ontstaan. De kousen moeten daarom ongeveer elke zes maanden worden vernieuwd.
Als een aanvoerstoornis door een vernauwing in een of meer slagaderen de oorzaak is van een niet-genezend open been, kan men trachten met een katheter deze vernauwing in de slagader op te heffen (dotteren) of een omleidingsweg (bypass) te maken. Bij het dotteren schuift men in de katheter een tweede dunnere katheter die eindigt in een langgerekt ballonnetje. Dat ballonnetje wordt ter plekke van de vernauwing opgeblazen, waardoor het vat wordt opgerekt en de vetaanslag als het ware wordt uitgesmeerd.
Slechts in uitzonderingsgevallen is een open been een reden voor ziekenhuisopname. Dit is het geval, bijvoorbeeld als het open been na enkele maanden behandeling nog niet is genezen
In staande houding moet het bloed in de aderen, tegen de zwaartekracht in, naar boven worden gepompt. Dit gebeurt voornamelijk door de spieren van de kuit. Lopen is daarom uitstekend, maar lang staan of zitten is slecht voor de bloedafvoer door de aderen. Daarbij gelden de volgende adviezen:
- Beweeg veel (lopen, fietsen, zwemmen) en draag daarbij een elastische kous, ook bij warm weer. Dit is de belangrijkste leefregel. Juist op warme dagen is de kous vaak het meest nodig.
- Voorkom overgewicht.
- Vermijd knellende kledingstukken als strakke broeken, elastieke banden en dergelijke.
- Zorg voor gemakkelijk schoeisel. Hoge hakken verhinderen een goede pompwerking van de kuitspieren.
- Leg de benen omhoog bij langdurig zitten. Zonodig kan ook het voeteneind van het bed iets worden verhoogd, mits men daardoor niet kortademig wordt.
Als u ‘aanleg’ voor een open been hebt, moet u geen enkel wondje verwaarlozen en bij het eerste teken van een ontsteking naar uw huisarts gaan.
Een open been met als oorzaak een afvoerstoornis is over het algemeen geen bedreigende ziekte. Men is er wel door gehandicapt. Een genezen open been zal gemakkelijk opnieuw stuk gaan als er weer vocht in het been komt. Door een operatie aan de spataderen kan de bloedafvoer soms geheel worden hersteld, terwijl in de meeste gevallen het dragen van een elastische kous veel ellende voorkomt. Bij een aanvoerstoornis zijn de vooruitzichten veel minder gunstig. De genezing verloopt moeizaam. Als het bloedvat verder verstopt raakt, is soms een amputatie van de voet of het onderbeen noodzakelijk
- Open been
- Een zwerende, open wond, omgeven door schilferige, paarsbruine huid is typerend voor een open been.

- Leeftijd
- Vooral ouderen
- Leefwijze
- Mensen die weinig bewegen of bedlegerig zijn, lopen meer risico
- Geslacht
- Komt vaker voor bij vrouwen
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis