Ontsteking in een oppervlakkige ader (een ader vlak onder de huid), waardoor er kans op vorming van een bloedstolsel bestaat
Bij oppervlakkige tromboflebitis ontstaat een bloedstolsel in een ontstoken oppervlakkige ader. Dit is meestal niet ernstig, maar kan wel pijnlijk zijn. Tromboflebitis kan in alle oppervlakkige aders ontstaan, maar meestal worden spataders in de benen getroffen. De aandoening zit vaak in de familie en komt het vaakst voor bij oudere vrouwen.
De ontsteking die tot de vorming van een bloedstolsel leidt, kan het gevolg zijn van beschadiging van de ader als gevolg van een injectie of infuus. Bij mensen met kanker komen bloedstolsels in oppervlakkige aders vaak voor. De kans op oppervlakkige tromboflebitis is ook groter bij mensen van wie het bloed snel stolt (zie Hypercoagulabiliteit). Bij vrouwen die zwanger zijn, stolt het bloed ook sneller. In de meeste gevallen is de oorzaak echter niet te achterhalen.
De volgende klachten ontwikkelen zich meestal in 24 tot 48 uur:
- de huid boven een ader wordt rood;
- een pijnlijke, gevoelige, gezwollen ader die als een harde kabel aanvoelt;
- lichte koorts, algehele malaise.
De ontsteking zit meestal rond het bloedstolsel en kan overslaan naar de huid erboven.
Heel af en toe kan de tromboflebitis overgaan op een diepe ader, meestal in het been, waardoor diepe veneuze trombose (Diepe veneuze trombose)ontstaat.
- Oppervlakkige tromboflebitis
- De huid boven de ader is rood en ontstoken. De gezwollen ader tekent zich onder de huid af.

- Ontstoken ader
De arts zal op grond van uw klachten en het onderzoek van de ader en de huid concluderen dat het om oppervlakkige tromboflebitis gaat.
In de meeste gevallen gaat tromboflebitis binnen enkele dagen vanzelf beter. De pijn kan worden verminderd door een pijnstiller zoals de ontstekingsremmer ibuprofen (zie
NSAID’s
) te nemen en door het getroffen lichaamsdeel te laten rusten en hoog te houden. Vochtige kompressen verminderen de klachten.
Als de aandoening het gevolg van hypercoagulabiliteit is of tot diepe veneuze trombose heeft geleid, zal de arts een antistollingsmiddel (Thrombolytica) voorschrijven.
Oppervlakkige tromboflebitis keert vaak terug bij mensen die er gevoelig voor zijn.
- Leeftijd
- Komt vaker voor boven 20 jaar
- Zit soms in de familie
- Injecties, infusen in aders en spataders zijn risicofactoren
- Geslacht
- Komt vaker bij vrouwen voor
- Erfelijkheid
- Zit soms in de familie
- Leefwijze
- Injecties, infusen in aders en spataders zijn risicofactoren