Een pacemaker stimuleert het hart met elektrische prikkels, zodat het een regelmatige slag krijgt. Pacemakers worden ingebracht bij patiënten met een aandoening die het elektrische systeem van het hart heeft aangetast, bijvoorbeeld hartblok. Sommige pacemakers produceren voortdurend elektrische prikkels, andere alleen als de hartslag te langzaam gaat. Pacemakers kunnen ook een elektrische schok geven om de normale hartslag te herstellen als er kamerfibrillaties (snel, ongecoördineerd samentrekken van de kamers van het hart) optreden.
- Inbrengen van een pacemaker
- De pacemaker wordt vlak onder de huid aangebracht en in de borst vastgezet. Vanuit de pacemaker trekt de arts twee draden door de grote ader boven het hart (bovenste holle ader). De ene draad gaat naar de rechterboezem, de andere naar de rechterkamer.

- Elektrische draden
- Pacemaker
- Bovenste holle ader
- Draad naar de rechterboezem
- Draad naar de rechterkamer
- Plaats van de operatiewond
- Pacemaker aangebracht
- De pacemaker wordt op de borst geplaatst en is als een bobbeltje onder de huid zichtbaar. Hier zijn de draden te zien die van de pacemaker naar de rechterboezem en -kamer van het hart lopen.

- Pacemaker onder de huid
- Pacemaker
- Elektrische draden
- Röntgenfoto
- Van buitenaf gezien