Verstoring van de botreparatie die tot verzwakt, vervormd en soms pijnlijk bot leidt
Bij gezonde personen wordt bot voortdurend afgebroken en door nieuw bot vervangen. Bij de ziekte van Paget is dit proces in sommige delen van het skelet verstoord. De aandoening kan in elk bot optreden, maar treedt het meest in het bekken, de sleutelbeenderen, de wervels, de schedel en de benen op. De botten worden groter en krijgen een abnormale structuur, waardoor ze zwakker worden.
Vaak zijn er geen symptomen en vindt de diagnose bij toeval plaats als om andere redenen een röntgenfoto wordt gemaakt, of wordt de ziekte vermoed door een afwijkende bloeduitslag. Tot de klachten, indien aanwezig, behoren:
- pijn in de botten, die ‘s nachts het ergst is;
- pijn in de gewrichten, vooral bij aangedane botten;
- botvervorming, zoals kromme benen of vergrote schedel;
- botbreuken na licht trauma.
Als de ziekte lang duurt, kunnen de volgende complicaties optreden:
- gevoelloosheid, tintelend gevoel of verslapping van het aangedane gebied als het bot op zenuwen drukt;
- gehoorverlies als het zieke bot op de zenuwen naar het oor drukt.
Als de dokter de ziekte van Paget vermoedt, kan er een röntgenonderzoek worden uitgevoerd. Ook kunnen bloed en urine worden getest op abnormale hoeveelheden van de stoffen die betrokken zijn bij de vorming en afbraak van de botten. Als uw gehoor aangedaan lijkt, krijgt u waarschijnlijk een gehoortest.
De meeste mensen met de ziekte van Paget hebben geen symptomen, weten niet dat ze het hebben en hoeven niet te worden behandeld. Als slechts een klein gebied is aangedaan en de uitslagen van bloed en urineonderzoek normaal zijn, is behandeling wellicht niet nodig. Bij pijn kunt u baat hebben bij een
NSAID’s
of een pijnstiller zoals paracetamol (zie Analgetica). Eventueel wordt een bisfosfonaat (zie Geneesmiddelen voor botaandoeningen),voorgeschreven om het voortschrijden van de ziekte te remmen.
De ziekte van Paget kan niet worden genezen, maar de behandeling is meestal wel effectief in het onderdrukken van de symptomen.
- Leeftijd
- Komt meestal voor boven 50 jaar en het risico neemt toe met het stijgen van de leeftijd
- Komt in sommige families meer voor; zeldzaam bij Afrikanen en Aziaten
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Komt meer voor bij mannen
- Erfelijkheid
- Komt in sommige families meer voor; zeldzaam bij Afrikanen en Aziaten
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis