Vernauwing van een deel van de plasbuis, de buis tussen blaas en lichaamsopening
Bij een plasbuisvernauwing vormt zich littekenweefsel in de wand van de plasbuis, waardoor deze nauwer wordt en plassen moeizaam gaat. In geïndustrialiseerde landen is dit littekenweefsel gewoonlijk het gevolg van een infectie, verwonding of beschadiging aan de plasbuis door een medische ingreep, bijvoorbeeld door blaaskatheterisatie, cystoscopie of gedeeltelijke prostatectomie. De vorming van dit weefsel treft meestal mensen die ouder zijn dan vijftig jaar. Wereldwijd is de meest voorkomende oorzaak echter een ontsteking van de plasbuis als gevolg van een seksueel overdraagbare aandoening, zoals gonorroe, een infectie met chlamydia of verwonding van de geslachtsdelen.
De klachten bij een plasbuisvernauwing worden geleidelijk erger en zijn:
- pijnlijk en moeizaam plassen;
- slappe straal;
- nadruppelen;
- het gevoel dat de blaas slechts ten dele geleegd is;
- frequente aandrang tot urineren;
- pijnlijke ejaculatie;
- een gebogen penis bij een erectie.
Een niet-behandelde vernauwing van de plasbuis kan tot urineretentie leiden. Het niet volledig legen van de blaas vergroot de kans op een blaasontsteking. In sommige gevallen kan een te grote druk in de urinewegen ontstaan, waardoor de nieren beschadigd raken (zie Hydronefrose).
Eerst zal uw huisarts u lichamelijk onderzoeken om te zien of uw blaas vergroot is. De arts kan vervolgens met echoscopie zien of uw blaas geheel leeg is na het plassen. Er kan een vernauwing worden vermoed als te zien is dat er na het plassen veel urine in de blaas achterblijft. Urodynamisch onderzoek kan aantonen of er al dan niet een vernauwing bestaat. Met cystoscopie wordt de ligging van de vernauwing van de plasbuis bepaald.
Als er een vernauwing wordt geconstateerd, is de eerste stap van de behandeling gewoonlijk verwijding. Onder plaatselijke verdoving wordt een dun, flexibel instrument in de plasbuis gebracht om het vernauwde gebied langzaam op te rekken. De procedure wordt enkele maanden lang wekelijks herhaald. Verwijding van de plasbuis is gewoonlijk voldoende, maar als de klachten blijven, kan het littekenweefsel via cystoscopie operatief worden verwijd. Is er veel littekenweefsel, dan kan een deel van de plasbuis worden weggehaald en kan de plasbuis via plastische chirurgie worden gereconstrueerd.
- Leeftijd
- Komt het meest voor bij jongvolwassenen en mensen boven 50 jaar
- Onbeschermde geslachtsgemeenschap met verschillende partners is een risicofactor
- Geen factor van betekenis
- Geslacht
- Bijna uitsluitend mannen
- Leefwijze
- Onbeschermde geslachtsgemeenschap met verschillende partners is een risicofactor
- Erfelijkheid
- Geen factor van betekenis