Een bloedziekte waarbij steeds meer rode bloedlichaampjes worden geproduceerd
Bij polycytemie neemt de concentratie rode bloedlichaampjes toe. De aandoening kan het gevolg zijn van een gestegen productie van rode bloedlichaampjes of door een afgenomen aandeel van het bloedvocht (plasma), waardoor de concentratie rode bloedlichaampjes toeneemt.
Er bestaan drie vormen: primaire, secundaire en stresspolycytemie.
Bij primaire polycytemie, ook wel polycythaemia vera genoemd, gaat het beenmerg om onbekende redenen meer rode bloedlichaampjes produceren. Het is een zeldzame ziekte, die meestal alleen bij mensen boven de zestig voorkomt.
Bij secundaire polycytemie is er ook een toegenomen productie van rode bloedlichaampjes in het beenmerg. De oorzaak is een laag zuurstofgehalte van het bloed en dat kan op zijn beurt diverse oorzaken hebben. Zo kan secundaire polycytemie voorkomen bij mensen die op grote hoogte leven, want daar is minder zuurstof. De aandoening kan ook optreden als de opname van zuurstof door het bloed wordt verminderd door veel roken of door longziekten, zoals chronische obstructieve longziekte.
Bij stresspolycytemie is de productie van rode bloedlichaampjes normaal, maar neemt het volume van het bloedplasma af. Deze verandering in de bloedsamenstelling kan door uitdroging komen, maar kan ook voorkomen bij mensen met overgewicht of mensen die te veel alcohol drinken.
Alle vormen van polycytemie hebben dezelfde symptomen, veroorzaakt door het dikker worden van het bloed:
- rode gelaatskleur, bloeddoorlopen ogen;
- hoofdpijn en suizende oren (zie Tinnitus).
- onscherp zien en duizeligheid.
Primaire polycytemie kan ook tot jeuk leiden, vooral na het nemen van een warm bad. De milt kan vergroot raken bij de pogingen om het aantal rode bloedlichaampjes te beperken, wat tot buikpijn leidt. Ook kunnen er langdurige bloedingen optreden of kan het bloed te snel stollen.
De arts kan een bloedtest laten doen om de concentratie rode bloedlichaampjes te meten en een beenmergpunctie of botboring om te testen op een toegenomen productie van rode bloedlichaampjes. Soms wordt er een longfunctietest gedaan.
Bij secundaire polycytemie en stresspolycytemie is de behandeling gericht op de aanpak van de onderliggende oorzaak.
Primaire polycytemie kan worden behandeld met een flebotomie (aderlating). Elke week wordt dan bloed afgenomen tot de concentratie rode bloedlichaampjes weer normaal is. Oudere mensen krijgen soms radioactief fosfor of ondergaan chemotherapie om de productie van rode bloedlichaampjes af te remmen. Met behandeling leven de meeste patiƫnten nog tien tot vijftien jaar na de diagnose. Primaire polycytemie kan zich echter tot een andere beenmergziekte, bijvoorbeeld leukemie, ontwikkelen.
- Leeftijd
- Risicofactoren afhankelijk van type
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Risicofactoren afhankelijk van type
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis