Problemen bij de premature baby

Medische encyclopedie

Problemen bij baby’s die meer dan drie weken te vroeg geboren zijn

Een zwangerschap duurt meestal ongeveer veertig weken. Baby’s die voor de 37e week worden geboren (zie Vroeggeboorte), noemt men prematuur. Doordat ze klein en onrijp zijn, kunnen deze baby’s diverse problemen krijgen. De ernst hiervan hangt af van hoever de zwangerschap gevorderd is en van het geboortegewicht. Met specialistische zorg hebben baby’s al vanaf de 25e week kans op overleven.

Wat zijn de problemen?

Alle premature baby’s koelen snel af, omdat hun temperatuurregulatie slechter functioneert dan voldragen baby’s en ze een dunne huid hebben en weinig vet. Verder kunnen er ademhalingsproblemen optreden, doordat de longen nog niet rijp zijn en niet genoeg surfactant produceren, een stof die ervoor zorgt dat de longen zich goed kunnen ontplooien. Dit probleem heet het respiratory distress syndrome. Onregelmatig ademhalen komt veel voor en is te wijten aan de onrijpheid van het ademcentrum. Premature baby’s zijn ook kwetsbaar en vatbaar voor infecties. Een mechanisch geboortetrauma, zuurstofgebrek rond de geboorte en infecties kunnen de normale hersenontwikkeling benadelen. Bij zeer premature baby’s (jonger dan 28 weken) kunnen de uiterst kleine en kwetsbare bloedvaten in de hersenen kapot gaan en gaan bloeden. Meestal zijn er geen problemen van blijvende aard, maar er kunnen problemen met bewegen en houding (zie Spasticiteit) en specifieke leerproblemen (Specifieke leerstoornissen) optreden.

Ongeveer acht op de tien premature baby’s krijgen geelzucht, ten gevolge van bloedafbraak en een onrijpe lever. Hierbij worden huid en oogwit geel.

De behandeling

De arts zal uw baby bij de geboorte onderzoeken en zo nodig meteen met de behandeling beginnen. Een baby die maar een paar weken te vroeg geboren is, behoeft waarschijnlijk geen specialistische zorg. Toch zal men u adviseren uw baby vaak te voeden en ervoor te zorgen dat hij of zij goed op temperatuur blijft.

Andere premature baby’s worden op de afdeling neonatologie in een couveuse verzorgd, zodat de omgevingsfactoren goed kunnen worden geregeld. Allereerst zal men vloeistof toedienen en de baby via een infuus of via een slangetje door de neus in de maag voeden. Een premature baby moet soms een paar weken of zelfs maanden op deze afdeling blijven. De ouders worden aangemoedigd deel te nemen aan de verzorging. Men zal onderzoek doen, zoals een echo (Echografie (echoscopie)) van de hersenen en röntgenfoto’s van de borst om eventuele afwijkingen op te sporen, die behandeling nodig kunnen maken.

Als uw baby het respiratory distress syndrome heeft, zal hij of zij mogelijk beademd worden; men dient eventueel surfactant rechtstreeks in de luchtwegen toe om ervoor te zorgen dat de longen beter gaan werken. Een beademde baby krijgt vaak een kalmerend middel. Soms kan een te hoog gehalte aan zuurstof dat tijdens beademen nodig is bij premature baby’s onherstelbare schade veroorzaken aan het netvlies, de lichtgevoelige cellen aan de achterkant van het oog, wat tot slechtziendheid kan leiden.

Een baby met geelzucht wordt mogelijk behandeld met licht van een bepaalde golflengte (zie Lichttherapie). Infecties behandelt of voorkomt men met antibiotica.

Als uw baby het ziekenhuis uit mag, zal de arts u van advies blijven dienen en u blijven begeleiden. Uw baby krijgt misschien een ogentest (Ogentests bij kinderen (test)) om eventuele schade aan het netvlies op te sporen en een gehoortest (Gehoortests bij kinderen (test)) om een eventueel gehoorverlies vast te stellen. Groei en ontwikkeling worden nauwgezet in de gaten gehouden.

De prognose

Het succes van de behandeling hangt af van hoe vroeg de baby geboren is en van het geboortegewicht. Van de baby’s van 25-26 weken die worden opgenomen op de afdeling neonatologie, overleeft 48 tot 61 procent. Ze kunnen wel langdurige problemen hebben, zoals slechtziendheid, chronische longaandoeningen of hersenverlamming. Baby’s ouder dan dertig weken ontwikkelen zich meestal normaal, zonder chronische problemen. Premature baby’s lopen een groter risico op wiegendood, wat met een afwijkend ademhalingspatroon te maken lijkt te hebben.

Risicofactoren

Leeftijd
Bij de geboorte al aanwezig
Geen factoren van betekenis
Geen factoren van betekenis
Geslacht
Geen factoren van betekenis
Erfelijkheid
Geen factoren van betekenis
Leefwijze
Geen factoren van betekenis

Andere gerelateerde onderwerpen

U bevindt zich hier:

U gebruikt een verouderde webbrowser, wij raden u aan over te schakelen naar een van onderstaande moderne internetbrowsers.