Bij echografie zendt een apparaat, de transducer, hoogfrequente geluidsgolven uit en vangt de echo’s op waarmee op een monitor beelden kunnen worden weergegeven. Om een goed contact te krijgen tussen transducer en het lichaam wordt op de plaats waar de echo moet worden gemaakt, gel op de huid aangebracht. Het maken van een echo kan tien tot dertig minuten duren en is veilig en volstrekt pijnloos.
- Tijdens de procedure
- De radioloog of laborante beweegt met zachte druk de transducer over de plaats heen en weer. Door moderne technieken wordt het beeld op de monitor continu opnieuw opgebouwd, zodat ook beweging kan worden waargenomen. Hij of zij kan via het bedieningspaneel metingen verrichten, bijvoorbeeld aan de omvang van galstenen.

- TRANSDUCER: Geluidsgolven worden uitgezonden en opgevangen door dit met de hand bediende apparaat, de transducer
- Radiologisch laborant
- Bedieningspaneel
- MONITOR: Het beeld wordt continu opnieuw opgebouwd
- Gel
- Echo van de galblaas
- Op deze echo zijn de met vloeistof gevulde galblaas en de galsteen die erin zit, duidelijk te zien.

- Buikwand
- Galblaas
- Galsteen