Radionuclidescanning wordt toegepast om zowel structuren in beeld te brengen als hun functioneren. Meestal wordt eerst een injectie met een radioactieve stof (de radionuclide) gegeven voor de scan wordt gemaakt, maar voor het scannen van de longen moet een radioactief gas worden ingeademd (zie Scintigrafie). De keuze van de stof hangt af van de structuur die moet worden onderzocht. Tijdens de scan moet men stil blijven liggen terwijl de laborant het bed in de juiste positie brengt. De camera vangt de door de radionuclide uitgezonden straling op; een computer verwerkt de gegevens tot een beeld.
- Tijdens de procedure
- De straling die door het te onderzoeken lichaamsdeel wordt uitgezonden, wordt door de gammacamera opgevangen en de informatie wordt naar de computer gestuurd. De meeste scans duren dertig tot zestig minuten.

- Contragewicht van de gammacamera
- MONITOR: Op de monitor is het beeld te zien dat puntje voor puntje wordt opgebouwd
- ISOTOPENLABORANT: De isotopenlaborant blijft bij de bediening in dezelfde ruimte
- VERSTELBAAR BED: Het bed is computergestuurd en brengt de persoon in de juiste positie
- GAMMACAMERA: De camera kan zowel boven als onder het lichaam worden gebracht
- Bedieningspaneel
- Radionuclidescan van de nieren
- De nier rechts zendt minder straling uit omdat hij aangetast is en daardoor minder radionuclide opneemt.

- Normale nier
- Aangetaste nier