Voedsel bestaat voornamelijk uit water en de drie soorten voedingsstoffen – eiwitten, koolhydraten en vetten – die het lichaam nodig heeft. Voordat deze voedingsstoffen kunnen worden gebruikt, moeten hun grote moleculen in het spijsverteringsstelsel worden afgebroken tot eenheden die klein genoeg zijn om door het lichaam te kunnen worden opgenomen. Deze opname geschiedt in de drie delen van de dunne darm (de twaalfvingerige darm, nuchtere darm en kronkeldarm) en de dikke darm. Vitaminen en mineralen worden direct opgenomen.
- Onverteerbare vezels
- Vezelcellen, onverteerbaar plantaardig materiaal, vormen een onontbeerlijk onderdeel van de voeding. Vezels geven de ontlasting massa en zorgen ervoor dat de stoelgang gemakkelijker verloopt.


- Speekselklieren
- Slokdarm
- IN DE MAAG: Maagsap dat door klieren in de maagwand wordt afgescheiden, bevat zuur en enzymen. Het zuur doodt de bacteriën in het voedsel; de enzymen helpen bij het afbreken van eiwitten in aminozuren. Speciale cellen scheiden slijm af dat voorkomt dat de maag zichzelf verteert
- IN DE NUCHTERE DARM: Enzymen die in de alvleesklier en in de wand van de nuchtere darm worden geproduceerd, voltooien de afbraak van koolhydraten, eiwitten en vetten
- IN DE KRONKELDARM: De belangrijkste functie van de kronkeldarm is de opname van voedingsstoffen; hier worden ook de galzuren opgenomen en via het bloed naar de lever teruggebracht
- IN DE ENDELDARM: Ontlasting die in de dikke darm is gevormd, verzamelt zich in de endeldarm
- Anus
- IN DE DIKKE DARM: De opname van water uit afvalstoffen waaruit ontlasting, dat voornamelijk uit vezels bestaat, wordt gevormd, eindigt in de dikke darm. Bacteriën in de dikke darm produceren enkele vitaminen die daar in het lichaam worden opgenomen
- STROOM VAN VOEDINGSSTOFFEN NAAR DE LEVER: Opgenomen voedingsstoffen komen via de bloedbaan in de lever, waar ze worden verwerkt en opgeslagen of verspreid naar andere delen van het lichaam. Sommige vetten gaan eerst door lymfvaten voordat zij in de bloedbaan komen
- IN DE TWAALFVINGERIGE DARM: Gal breekt vetdeeltjes af tot kleinere deeltjes; alvleeskliersap bevat enzymen die vetten splitsen in glycerol en vetzuren, en bicarbonaat dat maagzuur neutraliseert
- Stroom alvleeskliersap en gal naar de twaalfvingerige darm
- Alvleesklier
- Galblaas (waar gal opgeslagen wordt)
- Lever (waar gal wordt geproduceerd)
- IN DE MOND: Enzymen in het speeksel beginnen met het afbreken van zetmeel, een soort koolhydraat, tot eenvoudige suikers
Voedselmoleculen zijn te groot om door de wand van het spijsverteringskanaal heen te dringen en zo in bloedvaten en lymfvaten terecht te komen. Ze moeten dus worden afgebroken tot kleinere moleculen. De spijsverteringsenzymen splitsen eiwitten in aminozuren, vetten in vetzuren en glycerol, en zetmeel in enkelvoudige suikers.
- 1
- Een bepaald enzym hoort bij een bepaalde, grote voedselmolecuul, zoals een eiwit. Het enzym splitst de grote molecuul in twee of meer kleinere moleculen.

- Darmwand
- Bloedvat
- Enzym
- Grote voedselmolecuul
- 2
- De kleine moleculen worden door de enzymen losgelaten en kunnen nu via de wand van het spijsverteringskanaal in de bloedbaan terechtkomen. Het enzym blijft onveranderd.

- Enzym
- Kleine voedselmolecuul in bloedvat