Geneesmiddelen kunnen via verschillende wegen in de bloedbaan worden gebracht. In de meeste gevallen worden ze via de mond (oraal) ingenomen. Als dit oraal innemen echter niet (of niet snel genoeg) werkt, zijn er andere manieren om een geneesmiddel toe te dienen. Zo zijn er zetpillen, die via de anus worden ingebracht. Ook via het slijmvlies van de neus (neusspray) en van de mond kunnen geneesmiddelen worden opgenomen. Als er een direct effect nodig is, kan het geneesmiddel rechtstreeks in de bloedbaan worden gebracht via een injectie of een infuus.

A. Intramusculaire route
Het geneesmiddel wordt in een spier gespoten van bovenarm, dij of bil en verspreidt zich van daaruit geleidelijk naar de bloedbaan.

- Naald
- Geneesmiddel in bloedbaan
- Spier
B. Subcutane route
Geneesmiddelen geïnjecteerd of als implantaat aangebracht in het vetweefsel direct onder de huid, komen langzaam in de bloedbaan.

- Implantaat
- Geneesmiddel
- Vetweefsel
C. Transdermale route
Een pleister of een gel op het huidoppervlak geeft het geneesmiddel voortdurend af via de huid in de bloedbaan.

- Geneesmiddel
- Pleister
- Huidoppervlak
- Bloedvat
D. Rectale route
Als zetpil, klysma of schuim kunnen middelen snel in de endeldarm worden opgenomen.

- Zetpil
- Geneesmiddel
- Rectumwand
E. Intraveneuze route
Injectie in een bloedvat maakt het mogelijk dat het geneesmiddel heel snel effect heeft. Het middel komt rechtstreeks in de bloedbaan en wordt meteen meegevoerd naar het orgaan.

- Bloedvat
- Naald
- Huidoppervlak
- Geneesmiddel
F. Orale route
Geneesmiddelen in een tablet, capsule of drankje worden ingeslikt en komen zo in de spijsvertering. Zij worden als zodanig opgenomen of (deels) afgebroken in de maag of de darmen, waarna ze worden opgenomen in de bloedvaten in de darmwand.

- Darmbekleding
- Geneesmiddel
- Bloedvat
G. Nasale/sublinguale/buccale route
Geneesmiddelen uit een neusspray (nasaal), een tablet onder de tong (sublinguaal) of tegen de wang (buccaal) worden via het dunne slijmvlies snel in de bloedbaan opgenomen.

- Slijmlaag
- Geneesmiddel
- Slijmvlies
- Bloedvat
Na inslikken worden geneesmiddelen doorgaans in de darm geabsorbeerd waarna ze eerst de lever passeren, voordat ze in de bloedbaan komen. Geneesmiddelen die via andere wegen worden toegediend, bereiken de bloedbaan al voordat ze de lever passeren. Als een geneesmiddel eenmaal in de bloedbaan is, stroomt het mee naar de plaats waar het kan werken. De meeste geneesmiddelen worden afgebroken of omgezet in stofwisselingsproducten, de zogeheten 'metabolieten' door de lever. Uiteindelijk worden zij door de nier uitgescheiden in de urine of door de lever, via de gal, in de feces (ontlasting).
Circulatie van geneesmiddelen
Orale geneesmiddelen passeren eerst de lever. Sommige zouden daardoor al (deels) geïnactiveerd kunnen worden voordat ze hun bestemming bereiken.

- ORAAL GENEESMIDDEL: Geneesmiddelen die oraal worden toegediend, komen via de darmen in de bloedbaan en passeren de lever voordat ze op de bestemming komen
- BLOEDBAAN: In de bloedbaan wordt een geneesmiddel meegenomen naar zijn plaats van bestemming en daarna naar uitscheidingsorganen
- LEVER: De lever is het belangrijkste orgaan voor omzetting en afbraak van geneesmiddelen
- UITSCHEIDING: De nieren scheiden geneesmiddelen uit in de urine of de lever, zet ze om in producten die in gal worden meegevoerd naar de darm
- NIET-ORAAL GENEESMIDDEL: Geneesmiddelen die niet oraal zijn toegediend, kunnen hun werkingsplaats bereiken zonder eerst langs de lever te moeten
- Lichaamscellen (aangrijpingspunt van het geneesmiddel)