Kwaadaardige tumor die in het klierweefsel van de prostaatklier ontstaat
Prostaatkanker is de meest voorkomende kankersoort bij mannen en de op één na meest voorkomende doodsoorzaak door kanker bij mannen, na longkanker. De ziekte komt vaker voor bij zwarte mensen, maar zelden bij mannen uit Aziatische landen. Het aantal gediagnosticeerde gevallen is sinds de jaren zeventig stijgende, niet alleen bij oudere mannen, bij wie de ziekte het meest voorkomt, maar ook bij mannen van in de vijftig. Dat de ziekte vaker wordt geconstateerd, komt grotendeels doordat steeds vaker wordt getest op het prostaatspecifiek antigen (PSA). PSA is een eiwit dat door de prostaatklier wordt afgescheiden. Hoewel prostaatkanker een belangrijke doodsoorzaak is, groeien veel tumoren heel langzaam, vooral bij oudere mannen, en soms helemaal zonder symptomen. Vooral mannen tussen veertig en zestig jaar zullen moeten worden behandeld.
Men weet niet wat de oorzaak van prostaatkanker is, hoewel het mannelijk geslachtshormoon testosteron, geproduceerd door de teelballen, de groei en de uitbreiding van de tumor schijnt te beïnvloeden. Vaak komt het familiair voor. In ongeveer één op de tien gevallen is de kanker te wijten aan een erfelijk afwijkend gen. In deze gevallen doet de ziekte zich waarschijnlijk vóór de leeftijd van zestig jaar voor.
Prostaatkanker kan zonder symptomen verlopen, vooral bij oudere mannen. Als er wel symptomen zijn, ontwikkelen die zich waarschijnlijk pas wanneer de tumor de urinebuis gaat afknijpen. De symptomen kunnen dan onder andere zijn:
- zwakke urinestroom of niet normaal kunnen plassen;
- vaak moeten plassen, vooral ’s nachts;
- een enkele keer ook bloed in de urine.
Vaak zijn de eerste symptomen van prostaatkanker te wijten aan de metastase (uitzaaiing) van de kanker naar andere delen van het lichaam, met name de botten en lymfklieren. In deze gevallen kan er sprake zijn van rugpijn, vergrote lymfklieren en fors gewichtsverlies.
- Uitgezaaide kanker
- Op deze radionuclidebotscan van de borst zijn plekken in het ruggenmerg en het schouderblad te zien waar uitzaaiingen zitten van wat als prostaatkanker is begonnen.

- Tumor in het ruggenmerg
- Tumor in een schouderblad
Ga naar uw huisarts als u symptomen van prostaatkanker hebt, of als de ziekte bij u in de familie zit. Deze zal een rectaal onderzoek doen, waarbij hij of zij een vinger in het rectum steekt om de prostaatklier te kunnen voelen. Uw arts zal ook bloedonderzoek willen doen om het PSA te meten.
Er kan ook een echo worden gemaakt, waarbij een echosonde in het rectum wordt ingebracht om de prostaat in beeld te krijgen. Zo kunnen de grootte van de klier en de aanwezigheid van eventuele afwijkingen in de prostaat worden beoordeeld.
Tijdens dit onderzoek kan ook een biopsie (zie Biopsie van de prostaatklier) worden verricht. Bij deze ingreep worden cellen weggenomen uit het gedeelte van de klier, dat er afwijkend uitziet. Deze cellen worden onder de microscoop onderzocht. Als er prostaatkanker wordt vastgesteld, zal er verder beeldonderzoek worden gedaan, zoals MRI-, en radionuclidescanning om te kijken of de kanker zich eventueel naar andere delen van het lichaam heeft uitgebreid.
De behandeling van prostaatkanker hangt af van het stadium van de ziekte, uw leeftijd en uw algehele gezondheid. Bij oudere mannen bij wie de kanker alleen in een klein deel van de prostaat zit, kan het zijn dat men niet behandelt, maar alleen regelmatig controleert. In andere gevallen kan, als de kanker alleen in de prostaatklier zit en uw gezondheid verder goed is, uw arts voorstellen de hele prostaat te verwijderen (zie BEHANDELING: Radicale prostatectomie). Er kan ook voor bestraling worden gekozen. Deze kan bestaan uit een radioactief implantaat of uit radioactieve korrels die in de prostaat worden ingebracht, of uit externe bestraling gedurende een aantal weken.
Als de kanker zich verder dan de prostaat heeft uitgezaaid, kan het zijn dat er geen genezing mogelijk is. De voortgang van de ziekte kan echter wel aanzienlijk worden vertraagd met behulp van hormoontherapie. Hierbij wordt door middel van medicijnen remming bereikt van de productie of werking van testosteron en daarmee van de effecten die dit hormoon op de kanker heeft (zie Geneesmiddelen voor aandoeningen van de prostaat). In sommige gevallen moeten beide teelballen operatief worden verwijderd om de testosteronproductie te stoppen. De behandeling die de werking of productie van testosteron remt, kan leiden tot impotentie en een verminderd libido.
Als er prostaatkanker wordt geconstateerd, betekent dit niet automatisch dat de kanker symptomen met zich meebrengt of levensbedreigend is. Soms kan men maar het best niet behandelen en voorlopig het proces goed in de gaten houden, vooral bij oudere mannen. Mannen met bepaalde kleine tumoren hoeven niet te worden behandeld en zullen nog jaren klachtenvrij leven om dan aan iets anders te overlijden. Voor mannen die geopereerd zijn aan een tumor die alleen in de prostaat zat, is de prognose goed; negen van de tien mannen leven vijf jaar na de diagnose nog. De operatie kan echter wel tot impotentie en urine-incontinentie leiden.
Kanker die al verder dan de prostaat is uitgezaaid, kan niet helemaal meer genezen, maar met hormoontherapie zijn de klachten nog jarenlang onder controle te houden.
- Leeftijd
- Zelden onder 40 jaar; vooral boven 65 jaar
- Geen factor van betekenis
- Erfelijkheid
- Zit soms in de familie; komt meer voor bij zwarte mensen
- Leefwijze
- Geen factor van betekenis