Herhaalde tijdelijke onderbreking van de ademhaling in de slaap
Voor de diagnose slaapapneu dient tijdens de slaap ten minste vijfmaal per uur gedurende ten minstens tien seconden de ademhaling tot stilstand te komen. Lichte slaapapneu veroorzaakt over het algemeen weinig klachten. Zware slaapapneu kan echter tot een te laag zuurstofniveau leiden, wat tot vermoeidheid overdag kan leiden.
Slaapapneu komt meer voor bij mensen die roken, alcohol gebruiken of te dik zijn. Ook bij verblijf op grote hoogte kan zich slaapapneu voordoen.
Er zijn twee typen slaapapneus: het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS), dat algemeen voorkomt, en het zeldzame centrale slaapapneusyndroom (CSAS). In sommige gevallen is er een mengvorm.
Deze aandoening komt vooral voor bij mannen tussen dertig en vijftig jaar. OSAS treedt op als de bovenste luchtwegen tijdens de slaap geblokkeerd raken. Meestal wordt de blokkering veroorzaakt doordat het zachte weefsel van de keelholte zich ontspant en de luchtstroom tegenhoudt. De ademhaling staat stil, totdat de slaper door het lage zuurstofniveau in het bloed wakker wordt en een diepe, snorkende ademteug haalt. Overgewicht (vooral te dik zijn bij de hals), een grote tong of een kleine mond kunnen ook tot de blokkering bijdragen.
Bij kinderen zijn vergrote amandelen en tonsillitis de meest algemene oorzaak.
Bij deze zeldzame aandoening functioneert het deel van de hersenen en de zenuwen dat de ademhaling reguleert, niet normaal, waardoor de ademhaling steeds ‘stokt’. Tot de oorzaken van CSAS behoren Aandoeningen van hersenen en ruggenmerg of een beroerte.
De symptomen van OSAS ontwikkelen zich geleidelijk. CSAS kan plotseling ontstaan, afhankelijk van de oorzaak. Het kan gebeuren dat de partner of een ander gezinslid de slaapverstoring het eerst opmerkt. Tot de symptomen van beide typen behoren:
- onrustige, weinig verkwikkende slaap;
- slaperigheid en moeheid overdag;
- slecht geheugen en moeite met concentreren;
- hoofdpijn in de ochtend;
- luid snurken;
- persoonlijkheidsveranderingen;
- impotentie bij mannen ;.
- ’s nachts vaak moeten plassen.
In ernstige gevallen kan slaperigheid overdag tot ongelukken leiden, bijvoorbeeld bij autorijden. Slaapmiddelen en alcohol kunnen de symptomen verergeren.
Als er niet wordt behandeld, kunnen complicaties optreden, zoals een onregelmatige hartslag en pulmonale hypertensie. Er is ook een verhoogde kans op hoge bloeddruk (Hoge bloeddruk (hypertensie)). Ernstige slaapapneu kan uiteindelijk levensbedreigend worden.
Als de arts vermoedt dat u slaapapneu hebt, zal hij uw neus en keel onderzoeken om een oorzaak van de ademblokkering te vinden. Er kan ook een endoscopie van neus en keel worden uitgevoerd of er worden röntgenopnamen of een CT-scan van hoofd en hals gemaakt. Om de diagnose te bevestigen kan aanvullend een slaaponderzoek (zie polysomnografisch onderzoek) worden uitgevoerd, waarbij ademhaling, zuurstofniveau van het bloed en de hartslag worden gemeten terwijl u slaapt.
Als u een lichte vorm van OSAS hebt, is het beter geen slaapmiddelen en alcohol te gebruiken. Als u te zwaar bent, is de kans groot dat afvallen u van uw problemen verlost. Probeer ook op uw zij te slapen, wat de symptomen kan verminderen. Hoogteapneu verdwijnt als u een tijdje op dezelfde hoogte blijft (acclimatiseert) of naar lager gelegen gebied gaat.
Als OSAS wordt veroorzaakt door vergrote amandelen, moeten ze wellicht worden verwijderd (zie BEHANDELING: Tonsillectomie en adenoïdectomie). In sommige gevallen wordt het verhemelte operatief gereconstrueerd. Als de oorzaak niet te vinden is of als u niet geopereerd wilt worden, kan positieve-drukbeademing (CPAP) helpen. Hierbij wordt lucht naar een gezichtsmasker gepompt. Door de overdruk blijven de luchtwegen open. Het apparaat is gemakkelijk te gebruiken, maar sommige mensen vinden het masker onprettig.
Medicijnen die de ademhaling stimuleren, kunnen helpen bij CSAS.
Over het algemeen kan OSAS goed worden behandeld. Centrale slaapapneu is lastiger te behandelen, want de oorzaak, hersenletsel, is niet zo vaak te veranderen.
- leeftijd
- Komt het meest voor bij volwassenen tussen 30 en 50 jaar en bij chronisch verkouden kinderen
- Overgewicht, alcoholgebruik en roken zijn risicofactoren
- Geen factoren van betekenis
- Geslacht
- Komt meer voor bij mannen
- Leefwijze
- Overgewicht, alcoholgebruik en roken zijn risicofactoren
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis