’s Nachts niet doorslapen, wat vaak tot verstoring van het gezinsleven leidt
Veel kinderen slapen als ze een jaar zijn de hele nacht door, maar ongeveer één op de drie kinderen wordt tot de leeftijd van vijf jaar of ouder vaak ’s nachts wakker. Slaapproblemen leiden zelden tot een slechte gezondheid, maar kunnen wel het gezinsleven verstoren en hebben bij oudere kinderen invloed op de schoolprestaties.
Het slecht slapen is meestal van tijdelijke aard; het kan ook komen door ontbreken van een vast ritme of door een verandering in de ‘slaaproutine’. Slaapproblemen kunnen ook te maken hebben met ziekten, vooral als er koorts is, of met bezorgdheid, bijvoorbeeld door ruzie in het gezin.
Slaapproblemen bij kinderen kunnen diverse vormen aannemen. Bij peuters komt het meestal doordat ze niet de rust vinden om te gaan slapen nadat ze in bed zijn gelegd. Dergelijke rusteloosheid kan worden veroorzaakt door angst omdat het kind van de ouder gescheiden is. Moeilijk tot rust komen kan ook te wijten zijn aan een lawaaiige omgeving of door angst voor het donker. Het kan ook gewoon zijn dat het kind te vroeg in bed wordt gelegd; de slaapbehoefte varieert van kind tot kind.
De meeste kinderen worden ’s nachts een paar keer wakker zonder dat ze aandacht nodig hebben. Soms komt dit echter door een nachtmerrie, vooral bij kinderen van een jaar of vijf. Nachtmerries komen meestal door angstige of ongebruikelijke ervaringen; als ze vaak voorkomen, kan dit een teken zijn dat het kind zich zorgen maakt om een specifiek probleem.
De zogenoemde pavor nocturnus (nachtelijke angst) is een vorm van plotselinge slaaponderbreking die zonder aanwijsbare reden plotseling kan optreden. Tijdens zo’n angstaanval beleeft het kind acute angst waarbij het kan huilen en schreeuwen. Hoewel het kind wakker lijkt, is hij of zij nog steeds in slaap. Naderhand weet het kind er niets meer van. Deze angsten treden meestal ongeveer twee uur na het inslapen op en duren maar een paar minuten. Vlak ervoor kan het kind rusteloos lijken.
Slaapwandelen komt vooral voor bij kinderen van zes tot twaalf jaar. Een slaapwandelend kind stapt uit bed en loopt doelloos rond; meestal vindt het het eigen bed weer terug.
Slaapproblemen zijn meestal eenvoudig op te lossen. U kunt een vaste routine instellen, met bijvoorbeeld elke avond om dezelfde tijd het bad en het verhaaltje. Als uw kind begint te huilen, hoeft u er niet meteen heen te gaan; vaak houdt dit na een paar minuten wel op. Als u denkt dat het slechte slapen en de nachtmerries te wijten zijn aan een onderliggende angst, zoals een eng televisieprogramma of stress in het gezin, moet u het probleem met uw kind bespreken.
Als uw kind nachtelijke angsten heeft, moet u hem of haar tijdens de rusteloosheid die daaraan voorafgaat wakker maken. Zodra de aanval begonnen is, kunt u niet veel meer doen dan bij het kind blijven tot het voorbij is. Probeer een slaapwandelend kind niet wakker te maken, maar begeleid hem of haar voorzichtig weer naar bed. Als het slaapprobleem van uw kind het gezinsleven verstoort of als u denkt dat frequente nachtmerries of angsten een bepaalde oorzaak hebben, moet u naar de arts.
Meestal zult u door het kind gerust te stellen en een vaste routine in te voeren binnen een paar weken een normaal slaappatroon kunnen bewerkstelligen. De meeste kinderen leren op een gegeven moment dat ze tot rust moeten komen; ze groeien over nachtmerries, de angstaanvallen of het slaapwandelen heen. Als kinderen acht jaar zijn, hebben ze bijna nooit meer slaapproblemen.
- Leeftijd
- Komt vooral voor bij kinderen jonger dan 5 jaar
- Geen factoren van betekenis
- Geen factoren van betekenis
- Leefwijze
- Een gezinsleven vol stress vormt een risicofactor
- Geslacht
- Geen factoren van betekenis
- Erfelijkheid
- Geen factoren van betekenis