Geheel of gedeeltelijk verlies van het gehoor in een of beide oren
In Nederland zijn ca. 1,5-2 miljoen mensen slechthorend; ca. 20.000 mensen zijn doof. Verslechtering van het gehoor belemmert de sociale interactie en kan leiden tot isolement en depressiviteit. Slechthorendheid kan het gevolg zijn van een ziekte of verwonding, en de meeste mensen lijden eraan als ze ouder worden (zie Presbyacusis). Gehoordefecten kunnen al bij de geboorte aanwezig zijn: circa 2 van elke 1000 baby’s worden geboren met een bepaalde mate van gehoorverlies (zie Aangeboren doofheid, Aangeboren doofheid).
Geleidingsslechthorendheid wordt veroorzaakt doordat het uitwendige of middenoor geen geluiden kan doorgeven naar het binnenoor. Dit type is vaak tijdelijk. Perceptieslechthorendheid kan worden veroorzaakt door aandoeningen aan het slakkenhuis, het deel van het binnenoor dat geluiden opvangt, aan de gehoorzenuw, die het binnenoor met de hersenen verbindt, of aan de delen van de hersenen die betrokken zijn bij het horen. Deze slechthorendheid is meestal blijvend.
De meest voorkomende oorzaak bij kinderen is chronische otitis media met effusie (OME) (Lijmoor (glue ear)), waarbij het middenoor zich door een infectie met vocht vult. Bij volwassenen is conductieve slechthorendheid vaak te wijten aan verstopping van de gehoorgang (zie Oorsmeerverstopping, Oorsmeerverstopping) of aan de gevolgen van een chronische middenoorontsteking. In zeldzame gevallen is de slechthorendheid te wijten aan otosclerose (Otoscleros), waarbij een van de beentjes in het middenoor onbeweeglijk wordt en geen geluid meer doorgeeft.
Dit type slechthorendheid is meestal te wijten aan verslechtering van het slakkenhuis naarmate men ouder wordt. De meeste mensen boven de zeventig hebben er in zekere mate last van. De aandoening kan ook het gevolg zijn van beschadiging van het slakkenhuis door extreem lawaai (zie Lawaaidoofheid, Lawaaidoofheid) of door de ziekte van Ménière, een binnenooraandoening (Ziekte van Ménière). Sensorineurale slechthorendheid wordt zelden veroorzaakt door een tumor die de gehoorzenuw treft (zie Acusticusneurinoom).
De arts kan uw oor onderzoeken met een kijkinstrument (otoscoop of oorspiegel) (zie Otoscopie). Vervolgens kunnen er gehoortesten (Gehoortesten (test)) worden gedaan om vast te stellen of de slechthorendheid geleidend of perceptief is en om de mate van slechthorendheid te schatten. Als men een tumor aan de gehoorzenuw vermoedt, kan de arts een CT-scan of MRI
aanvragen.
Als u geleidingsslechthorendheid hebt, kan uw gehoor tot bijna normaal worden hersteld door behandeling van de oorzaak. Perceptieslechthorendheid is vaak blijvend. Een gehoorapparaat (Gehoorapparaten (behandeling)) kan nuttig zijn. In gevallen van ernstige perceptiedoofheid kan een slakkenhuisimplantaat (Slakkenhuisimplantaten (behandeling)), waarbij elektroden operatief in het slakkenhuis worden geïmplanteerd, het waarnemen van geluiden en spraak mogelijk maken.
- Leeftijd
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- Geslacht
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- Erfelijkheid
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak
- Leefwijze
- Risicofactoren afhankelijk van de oorzaak